Doorgaan naar hoofdcontent

Te laat

Ja, ook ik heb van belastingconstructies geprofiteerd, maar altijd legaal. Accountants doen gewoon hun werk, ik heb daar zelf niets mee te maken. Het is toch logisch dat je je bedrijven instrueert zoveel mogelijk winst te maken? Daar kies ik mijn personeel ook op uit. Met dat geld kun je herinvesteren, overnames doen. Allemaal goed voor de economie. Dat is waar ik voor leef, waarde creëren. 24 uur per dag aan staan. Kansen grijpen.

Nu zit ik alleen. Op de bank in mijn Londense appartement, hoog boven de city, uitzicht op de Theems. Mijn vrouw is in Italië met de kinderen. Mijn minnares in New York met god weet wie. Ik loop naar de keuken om nog een glaasje wiski in te schenken. Op de fles staat dat die wiski heel oud is; het zal mij eigenlijk worst wezen, ik drink het omdat het duur is, snob omdat het kan. Ik loop terug naar de bank. Buiten schijnt de zon, het middaguur nadert. Ik kwam hier voor een deal, maar ik ga terug naar de VS, voorgoed.

Mijn CFO pleegde vannacht zelfmoord. We hadden gisteren een vergadering. Over structuurwijzigingen in mijn bedrijven. Hoe kunnen we meer geld genereren en tegelijk beter zijn voor de wereld. Ik heb al veel kunst gekocht, sponsor een universiteit. Behalve goed voor de economie ben ik dus ook al goed voor de maatschappij. Maar ik wil meer, veel meer. Mijn CFO was tijdens het overleg niet lekker, hij zei weinig, maar de zon scheen in de bestuurskamer en iedereen droeg een pak en schoof met papieren, dus ik dacht dat het goed was. Ik zei tegen hem, "Neem een paar dagen rust om dit te overdenken, we gaan niet over één nacht ijs." Bij het verlaten van het pand legde ik mijn arm nog om zijn schouder, "Ik heb je nodig" zei ik erbij. Alex, zo heette mijn CFO, mompelde iets terug dat ik niet verstond, maar dat hoeft ook niet, iedereen ziet het zoals ik, want ik heb toch dit hele imperium uit het niets opgebouwd. Ik ben gezegend daarmee, en daar ben ik ook dankbaar voor, zoals andere mensen mij weer dankbaar zijn.

Ik neem nog een slok van mijn bijzondere wiski en laat mij achterover zakken in deze weldadige bank. Waarom, Alex? Was er een signaal? Ik kende hem al 20 jaar. Ik ken zijn vrouw, hij de mijne. Sjeez, hij kende zelfs mijn minnares. Dat was in Singapore dat we een hotelsuite volledig afgebroken hebben. Ik had een call girl voor Alex geregeld, woest was hij, maar ik bleef hem drank voeren en op een gegeven moment ging zijn knop om en zijn overhemd uit en wat al niet meer. Ik vertrok met mijn minnares naar de andere ruimte. De volgende ochtend was er weinig meer over van het interieur. Mijn CFO ontbeet met mijn minnares terwijl ik met de hotelmanager een deal sloot over het herstellen van de suite.

Vanochtend belde mijn PA. Haar hese fluweelzachte stem contrasteerde nogal met wat ze zei. Ze vonden Alex in zijn auto in zijn garage. De tuinslang van één van de uitlaten naar het interieur. De ramen van binnen afgeplakt met gaffertape. Zo theatraal. Zo karikaturaal. Zo puberaal. Zo teleurstellend. Ik schoot uit mijn slof aan de telefoon, dat heb ik soms, waardoor de stem van mijn PA een beetje begon te trillen. Ik hing op. Maar kom op zeg, wat een laffe streek. Hij denkt niet aan de bedrijven. Niet aan zijn vrouw. Zo egocentrisch. Alsof ik hem niet vorstelijk betaalde. Ik kijk op de Jeager LeCoultre om mijn linker pols: over een klein uur zal de chauffeur voorrijden om mij naar het vliegveld te brengen. Ik nip nog eens aan mijn wiski.

Alex dood. Er was gerommel met een fabriek in Azië, hij maakte daar een punt van, arbeidsomstandigheden enzo, dat heeft me een hoop geld gekost. Er waren ook doden gevallen begreep ik. De universiteit die ik sponsor, de kunst die ik koop, is dat wat de wereld nodig heeft? Of kan ik meer verbinden? Ook om mijn imperium stabieler te maken. Ik bedoel: het is mooi om maximaal gebruik te maken van wat de wereld te bieden heeft in de vorm van lage lonen en belastingconstructies enzo, maar ik heb deze wereld ook nodig omdat ik daar domweg in besta, en mijn bedrijven afhankelijk zijn van de grondstoffen en consumenten die zij bevat. Dat zijn Alex' woorden. Ja dat is het, ik bestá. Ik bestá in déze wereld. Godver, ik neem nog een slok. Ik heb geroofd, dat zeg ik eerlijk, maar juist wil ik er wat aan doen pleegt mijn Alex zelfmoord.

Op mijn zachte bank is het lichamelijk prima toeven. Maar in mijn hoofd ben ik een stapje verder. Europa is een lachertje, misschien deels omdat wij, de Britten, nooit echt mee hebben willen doen. Azië en Poetin bedreigen ons, ze willen hebben wat wij hebben en ze ruiken onze zwakheid. Amerika houdt zich een beetje afzijdig, is steeds meer in zichzelf gekeerd. Ik heb expres daar een groot bedrijf overgenomen om te kunnen emigreren en inkomen zeker te stellen. Daarheen vertrek ik zo, Europa wordt me te heet.

Hoewel ik zelfs bij een grote oorlog nog garen zou spinnen: mijn bedrijven in de informatieindustrie zijn de vaste partners van een groot aantal staten, aan beide zijden van om het even welke frontlinie, zou ik daar persoonlijk geen voorkeur voor hebben. Oorlog is als een wild dier. Op zich ben je oppermachtig, maar het is zo onberekenbaar dat het nog weldegelijk zoveel schade toe kan brengen dat je er niet bovenop komt. Zelf bedoel ik. Dat je tenonder gaat aan het groteske geweld dat gepaard gaat met partijen die het zicht op de wereld als geheel volstrekt kwijt zijn en ik, besef ik, heb daar natuurlijk aan meegedaan. Met mijn informatiebedrijven, door overheden tegen elkaar uit te spelen, door altijd voor economisch gewin te kiezen, zelfs wanneer ik een goed voorbeeld had kunnen geven. Natuurlijk heb ik ook gebruik gemaakt van de corrupte infrastructuur van bepaalde landen. Allemaal om vóóruit te kunnen met mijn bedrijven. Het leek allemaal zo logisch. Maar de wereld is onstabiel, Europa valt uit elkaar, dat is zelfs in Engeland nu merkbaar. Mijn Alex leeft niet meer. Ik kijk op mijn Jaeger. Nog drie kwartier. De zon schijnt. Een heerlijke dag. Noord Korea was in het nieuws vanochtend, met wéér een raket. Poetin ook, hij was natuurlijk weer boos, iets met Oekraïne. Donald Trump slaakte gespierde taal uit met zijn maffe hoofd. Ik moet daar altijd om lachen maar echt leuk is het natuurlijk niet. Economie is niet gebaat bij zoveel onzekerheden.

Plotseling hoor ik zachtjes een vreemd geluid. Iets fluitends. Iets suizends. Ik kijk naar buiten. Daar zie ik een streep rook aan de einder, alsof een brandend vliegtuig op mij af komt in de verte. De streep is krom, het puntje dat de streep trekt buigt langzaam, gecontroleerd lijkt het, af naar beneden. De afstand is moelijk te schatten maar het lijkt nu wel heel dichtbij te komen. Het gaat heel rap. Echt heel erg snel. Ik richt mij op en de punt is haast boven het centrum van Londen. Het is een meteoriet, een grote raket. Ik begin met opstaan van de bank. Een flits verblindt mij. De wiski schiet uit mijn hand.


Reacties

Populaire posts van deze blog

Niet roken

De man die het treinstel binnenkomt is niet te negeren. Hij verspreidt een doordringende geur van pijprook. Sinds het rookverbod in de trein van 2004 niet meer waargenomen. Zijn lange leren jas, lichtbruin met donkere vlekken, slaat tegen medepassagiers aan. Onder zijn snor mompelt hij een verontschuldiging. Hij gaat zitten in een hoekje van vier zitplaatsen waar nog 1 vrije plek aan het gangpad is. Zijn buurvrouw kijkt misprijzend hoe hij een pand van zijn jas van haar rokje pakt en over zijn eigen been legt. Hij trekt zijn leren koffertje met het bijzondere embleem op schoot. De overige passagiers volgen enige tijd zijn handelingen al is het maar omdat ze op zoek waren naar de bron van die sterke geur. Als het niet de dikke vlekkerige jas is dan wel de inhoud van het koffertje. De man licht het deksel op en kijkt verliefd naar een verzameling van zeker 30 gebruikte pijpen. Liggend in het koffertje met leren riempjes op hun plaats gehouden en enkele in pochets in de klep. Daarnaast …

Eerste contact

Vlinders

Het is haar drie jaar gelukt de oorlog te negeren. Maar hier, nu, stopt dat. In bed bij Henri, de man bij wie ze woont. Van wie ze houdt, ja toch wel. In zijn Parijse appartement. Net nog stevig in zijn armen, nu ligt Marguerite op haar eigen helft. Hij steekt een sigaret op, zij trekt het laken over zich heen. Ze hoort vogels zingen, een lentebriesje beweegt de vitrages. Dan klinken zijn woorden als geweervuur ‘Je zou voor mij Duitse officieren kunnen verleiden en op de aangewezen locatie afleveren.’ Abrupt verdwijnt het gevoel van geborgenheid, dat ze net koesterde. Verslingerd aan de liefde is ze altijd geweest.1920 was het toen ze op haar vijftiende van huis wegliep. Feesten! Bomen die tot in de hemel groeiden! Alle mannen wilden haar mee naar huis nemen. Ze werd steeds beter in het verleiden, maar de liefde bleef ongrijpbaar. 17 jaar geleden kreeg ze haar zoon, in Duitsland. Maar er kwamen nieuwe mannen om avonturen mee te beleven. Een paar jaar geledenging ze met Henri mee, bij…