Doorgaan naar hoofdcontent

Nederlanders zijn gelukkig

De bel gaat, de afspraak is er. Op één of andere manier is de protagonist terecht gekomen op een lijstje mensen dat ondervraagd wordt voor de broodnodige statistische informatie over "de Nederlander". De protagonist opent met de knop op de intercom de deur van het gebouw en loopt de galerij op om de dame tegemoet te komen in het trappenhuis. Het is de derde en laatste keer dat ze langs komt.

Onberispelijk gekleed maar wat moeilijk ter been komt ze de trappen op en volgt de protagonist naar binnen. Iets te drinken aanbieden doet de protagonist wel maar hij weet al dat ze "nee" zegt. Kennelijk hoort dat niet bij het interview. Ze houdt zelfs haar jas aan. Ze pakt haar laptop, klapt hem open op de campingtafel in de keuken en wacht tot hij opgestart is en ze kan inloggen in haar ondervraag-omgeving. De protagonist pakt zijn mok koffie van het aanrecht en gaat tegenover haar zitten.

Anderhalf jaar geleden werd de protagonist gevraagd of hij met dit onderzoek mee wilde doen. Hij roept altijd dat het beter moet ("anders" noemt hij het meestal) maar doet daar nooit wat mee. Nu krijgt hij de kans een insignificant hoopje data te produceren vanuit zijn smalle leventje. Met beide handen aangrijpen dus. Tegenwicht bieden aan de Wildersmannen die de statistiek zo uit het lood doen slaan. Vanuit zijn afbrokkelende keuken strijdt hij een half uurtje voor een betere wereld. En het is fijn om een afspraak in je agenda te hebben en iemand thuis te kunnen ontvangen.

De vragen gaan over maatschappelijke kwesties (asielzoekers, rechtspraak, politiek) en zijn soms complex. Je moet redeneren vanuit het Nederlandse belang, maar dient het algemeen belang op termijn ook niet het Nederlandse? Wij zijn allen verbonden, als mens en als land. Het is beter wanneer de wereldbevolking zich concentreert op plekken waar de rechtsstaat en sociale voorzieningen goed ontwikkeld zijn en het bijgevolg economisch goed gaat. Het is, betreffende criminelen, beter om de nadruk op reïntegratie te leggen dan op wraak. Politiek wordt iets teveel gevormd door egominnende geldscheppers.

De gedachten van de protagonist dwalen af. Hoe zou hij het zelf doen dan eigenlijk, met zijn hoogdravende ideeën? Elk individueel geval is natuurlijk zo schrijnend als maar kan, je zou de verkrachter van je dochter toch onmiddelijk een kogel door zijn kop jagen. Je redt wel de peuter die voor je ogen in een vijver valt waarbij je je gloednieuwe schoenen onherstelbaar beschadigt maar je ziet niet af van de aanschaf van datzelfde paar schoenen om Foster parent te worden. Ook de protagonist kocht onlangs nieuwe schoenen. Een frons in zijn voorhoofd.

Hoe kan hij die in zijn eentje woont in een stoffig appartement met een koelkast die slechts een pak melk en een vlek bevat pretenderen iets te melden te hebben over de maatschappij? Donkere wolken beginnen zich samen te pakken. De dame rondt onverstoorbaar af. Het huishouden bestaat nog steeds uit één persoon ja. En die is inderdaad de hoofdverdiener. Dezelfde baan nog ja, zelfde functie. Nee geen opleidingen gevolgd het afgelopen half jaar. Het leven verdwijnt als trage dikke onwelriekende moes door een afvoerputje. Nog een slok koffie. Het smaakt niet meer.

Tot slot mag de protagonist nog even een cijfer geven voor zijn geluk. Een inktzwarte één doemt op voor zijn versluierde geestesoog. Relatie op de klippen, geen aansluiting meer bij het schone geslacht. Geringe economische waarde. Doodgelopen hobbies. Verwaarloosd intellect. Stilstaand modderwater. Maar aan wie heeft hij dat te danken, niemand anders dan zichzelf. Hij stopte zelf met studeren, is zelf te lamlendig om te hobbyën, laat zelf alles uit zijn handen glippen. Verkiest zelf een lamme film boven een interessant boek.

Hij heeft totale controle eigenlijk, want alles is goed in de best mogelijke wereld, waarin zelfs zo'n pruillip vol onterechte woede zijn hypotheek kan betalen en in een auto kan rijden. Overvloedig boodschappen doen. Douchen met warm water. Het zou niet eerlijk zijn om onder zulke gunstige omstandigheden een dikke één uit te delen. Wat moeten de mensen in oorlogsgebieden wel niet denken? Hij schuift wat aan zijn koffiebeker. De dame kijkt hem verwachtingsvol aan, het is de laatste vraag en ze zit hier natuurlijk ook niet voor haar plezier. De protagonist mompelt: acht.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Terug

Eerste contact

Stuk

Een grote kerel stapt uit de vrachtwagen, zijn linkerarm eindigt in een stomp. Zijn gele jas met fluorescerende strepen blikkert me tegemoet. Daarna zie ik pas het olijke hoofd met brede grijns. Met zijn enige hand pakt hij de bediening van zijn afsleepwagen en begint het platform in de schuine stand richting wegdek te bewegen. Net als deze man heeft onze auto een defect. Bij hem zijn hand, bij ons de versnellingsbak. Wij, mijn vrouw en ik, staan langs de kant van de weg toe te kijken. ‘Wat is er aan de hand?’ roept hij. ‘Hij rijdt niet meer, versnellingsbak.’ ‘Heb je geprobeerd hem opnieuw te starten?’ ‘Starten gaat nog wel, maar hij rijdt niet meer, de versnelling doet niks.’ De man legt zijn stomp op de motorkap voor steun en hangt vlak boven het wegdek onder de bumper waar hij vaardig de haak van zijn lier aan onze auto bevestigt. ‘Waar moet ie heen?’ vraagt hij terwijl hij het stuur van de auto een ruk geeft zodat die recht aan de staalkabel op zijn sleepwagen getrokken wordt. ‘…