Doorgaan naar hoofdcontent

De eerste drie woorden van mijn roman

Een roman schrijven is een welhaast onmetelijke taak voor een klein mannetje met een soepel voortkabbelend leventje, ver van grootse meeslepende gebeurtenissen en gevoelens, zonder bipolaire familieleden en gruwelijke sterfgevallen. Beschermd in de comfortabele Westerse maatschappij die zich nergens iets van aantrekt zolang we maar de nieuwste iPhone hebben en zo nu en dan een goed doel sponsoren. Maar langzaamaan denk ik juist mijn gebrek aan emotie en mijn afstandelijke ijskoude inborst in dienst van het boek te kunnen stellen.

Het project komt te vaak ter sprake om het nog langer te negeren lijkt het. Al is dat voor een deel mijn eigen schuld: ik houd mijn klep er maar niet over. Ik gebruik graag nog eens de beeldspraak van de eerste kus: je moet jezelf in een positie brengen waarin je niet meer met goed fatsoen kunt weigeren. Ik ben al een tijdje voorzichtig aan het manoeuvreren. Nog een parallel: vaak is er drank voor nodig. * Neemt een teug wiski. *

Na een paar weken werken, die ongelukkigerwijs samenvielen met een stoppen met roken en ook nog in een langdurige periode vallen van verminderde drankinname (want laten we wel wezen, het is allemaal niet zo gezond en al dat soort dingen, en hoewel oud worden niet op mijn prioriteitenlijstje staat verlang ik wel zo min mogelijk van ellende langzaam kapot te gaan), heb ik de eerste drie woorden.

Ik weet nog niet eens of ik in het Engels of in het Nederlands ga schrijven (ik heb flarden in beide talen) maar de eerste drie woorden zijn gelukkig in beide talen bruikbaar, natuurlijk vertaald maar qua betekenis zijn de woorden goed vergelijkbaar en grammaticaal komen ze aan het begin in dezelfde volgorde in een eventuele eerste zin.

Het belangrijkste om je te realiseren is denk ik, en dat geldt helemaal niet alleen voor het schrijven van een roman, dat het echt nooit te laat is. Het is misschien wel te laat om elleboogjes te wrijven met de crème de la crème of om eventueel materieel succes om te zetten in een snelle auto zonder belachelijk over te komen, maar het is nooit te laat om je ergens voor in te zetten, om ergens in te duiken en je te laten betoveren door je eigen nieuw verworven vaardigheden en door wat er je aangereikt wordt van buitenaf als je maar eenmaal begint te investeren. Het geeft niets als je jarenlang in de standbystand hebt geleefd en elke dag uren hebt “weggegooid”, dat zal altijd zo blijven en niets dat die uren nog terugbrengt, ook je gejeremieer niet. Het enige dat je nog hebt zijn de uren en de jaren die voor je liggen, je bent vrijwel altijd bij machte om die niet allemaal weg te gooien.

En, waar ik op hoop, gaandeweg raak je die goesting voor je dikke Maserati en je sabbatical in noord Noorwegen wel kwijt, en krijg je goesting in je eigen leven en je omvangrijke project. Althans, dat hoop ik dan maar. Er is nog genoeg te doen, want naast de eerste drie woorden en een vaag idee waar het over gaat heb ik nog niets. Geen karakters, geen interessante ontwikkelingen, geen boeiende beschrijvingen (en nog geen landschap of gebeurtenis om boeiend te gaan beschrijven).

Ik heb geleerd.

Reacties

Populaire posts van deze blog

Een kerstverhaaltje

Ik zal de wereld vrede brengen. Die profetie is mijn bestaansrecht en mijn motivatie. Mijn plan is: laat de rede overwinnen. Met niet te weerleggen argumentatie zal ik volkeren tot elkaar brengen en vertrouwen herstellen, de mensheid tot één verlicht geheel smeden. Geholpen door het gelukkige gesternte waaronder ik geboren ben en dat mij op dit gebied onfeilbaar maakt. Wanneer mensen in het klein en volkeren in het groot eindelijk begrijpen dat het kwaad dat ze aanrichten vroeg of laat als een boemerang terugkomt, waardoor hun plan vanaf het begin tot mislukken gedoemd is, zullen mijn woorden in vruchtbare aarde vallen. De mensheid is er rijp voor. Waar wachten we nog op? Mijn heerschappij zal zonder onrecht tot stand komen, ik zal veroveren zonder oorlog. Vrijwillig kiest iedereen, kiezen alle volken, dezelfde kant, mijn kant, om zo eensgezind voort te bestaan. Door iedereen minstens voldoende uit te keren uit de bronnen der aarde en af te rekenen met het waandenkbeeld dat materië...

De postbode

Suizend en rammelend sjezen over een smal zandpaadje op een “delivery bike”: een loodzwaar frame met extra brede wielen en banden en voorop een rek met een bomvol krat en achter zijtassen en op de stevige bagagedrager bovendien een peuter in een ruim bemeten kinderzit die eigenlijk meer weg heeft van een fauteuil. Het paadje loopt af en de snelheid verder op. De bike is fel rood en trilt en stuitert en wordt achterna gezeten door een tweede bestuurd door degene die de weg weet. In de fauteuil heeft de jonge koetsier zich half opgericht in zijn riemen en geeft enthousiast aanwijzingen die vooral neerkomen op “nóg harder!” De protagonist heeft nu geen tijd om zich af te vragen hoe hij in deze situatie terecht is gekomen. Hij wijkt iets uit voor een scheefhangende boom en scheert daarbij langs een struik en daar komt een dwarsverbinding aan: iets wat op een fatsoenlijk fietspad lijkt - “Links!” roept zijn achtervolgster - hij ontwijkt nog wat hoge brandnetels, rakelings langs een kei en...

Jas

Het zweten staat me nader dan het lachen. Drommen mensen dringen naar de balie van de garderobe. Ik moet nu weg maar mijn jas is nog daar. De jas die ik zelf van Charles’ dode lichaam heb gepulkt en die mij al vijf winters warm houdt. Waarom moest ik ’m dan ook zo nodig afgeven toen ik vanochtend het theater was binnengeslopen. Vanwege het bordje ‘garderobe gratis’ soms? De mensenmassa deint en ik schommel als een bootje mee. Wanneer ik een beetje met de stroom mee beweeg komt het vast goed. Ik houd het papiertje in mijn hand: nummer 1. Niet dringen mensen! Een dame botst tegen mij aan. Ik verlies mijn evenwicht. Een kerel pakt mij bij mijn schouder. In zijn bleke gezicht beweegt de mond vlak bij mijn neus. Uit mijn rechter ooghoek zie ik een grote haardos dichterbij komen, ik hef mijn armen op ter bescherming en raak daarbij allemaal lichamen. Meer bleke gezichten en vooral ook meer armen. Alsof ik er wel zes heb. Terwijl het tapijt onder mij door glijdt verdwijnt iedereen in de ver...