Standing there (6):

Standing there (7) (ik twijfel nog vanwege het misschien wel erg klinische licht, wellicht ben ik wat doorgeschoten in contrasteren met het duister van (6), vooral omdat ik helemaal niet weet waarom** ik zou contrasteren):

Standing there (8):
Ontdekt hebbende de oscillerende beweging (beeldvullend vs. veraf) en de "steeds minder van mij zichtbaar" lijn te willen doorbreken had ik in gedachte voor nummer acht:
--
Een hoog, tamelijk ruim, trapgat met gelig behang, niet al te fris. Boven in de hoeken wat spinrag. De trap loopt rond en is voorzien van een tegen de muur geschroefde houten leuning, die deels scheef hangt. Op de trap licht tapijt dat in het midden is afgesleten en grauw oogt. Stofvlokken aan de zijkanten van de treden. Er dringt gedempt licht door, waarin wij het lichaam zien hangen van een verlopen figuur, gekleed in een donkerblauwe Adidas trainingsbroek en een wit t-shirt met grijs-rood patroon op de borst. De vooroverhangende ongeschoren tronie zien wij en profil, de naarbinnen gekeerde, vermoedelijk doodse, blik naar rechts.
--
Hetgeen ik echter het liefst helemaal loslaat, omdat dat toch een idee van "doel" aan het standing there zou geven en bovendien het finale stuk van een plat beeldverhaal zou vormen (om nog maar niet te beginnen over de praktische bezwaren). In plaats daarvan ben ik daarom van plan om Standing there (8) weer ongebonden terug te laten keren tot het hart, daar waar het om gaat: standing there.
*De vorige keer dat ik mij niet strikt aan een eisenpakket hield om de serie bij elkaar te houden ging het niet de goede kant op (fitb). Dat deel van mijn flickr stroom vind ik achteraf gezien onder de maat.
**Wetende dat het beantwoorden van de waarom vraag nogal belangrijk is, anders blijf je maar in het wilde weg bezig. De ironie ontgaat mij niet: juist wil ik nu in deze serie weer de ketenen afgooien en de regie aan de foto's, het moment, teruggeven; juist ben ik enigszins enthousiast over de toch tamelijk willekeurige effecten die je met dubbelopnames kunt bereiken. Waarschijnlijk ben ik alleen in staat tot kleinzielige antwoorden op "waarom" (in het kader van platte beeldverhalen) en beperkt die vraag mijn werk daarom zo sterk en zou het beter zijn om de vraag niet uit de weg te gaan maar van een ruimer antwoord te voorzien.
0 reacties:
Een reactie plaatsen