zondag 29 mei 2011

Valentijn

Tegen Valentijn van dit jaar had het Volkskrant magazine 8 (bekende) fotografen een door hen uitgekozen roos laten fotograferen. Zie de rap geschoten pagina's uit het magazine hieronder.



1 De Freedom, door Govert de Roos, model Erica Bonnier, visagie Gerda Koekoek
2 De Sweetness, door Inga Powilleit (pas op, fullscreenflash)
3 De Secret Garden, door Ellen Mandemaker (blog)
4 De Cezanne, door Victor Bergen Henegouwen (site kapot)
5 De Grand Prix, door Margriet Smulders
6 De Blue Curiosa, door Koos Breukel
7 De onbekend gebleven roos, door Wouter Vandenbrink
8 De Cha 01, door Arjan Benning, styling Judith Rasenberg

Meteen had ik de neiging om mee te doen (waarom hadden ze mij eigenlijk niet gevraagd, maar misschien blijkt dat al uit het werk van de acht fotografen dat via bovenstaande links te proeven is).

Mijn favoriete roos is de klaproos, omdat deze eenvoudig is en wild. In februari was er geen klaproos te bekennen, maar nu stikt het ervan en vanavond plukte ik er eentje op weg naar huis welke ik aldaar op voor mij karakteristieke wijze heb wensen te fotograferen. Wild, doch beschaafd.

Klaproos

9 De klaproos, door Joeri van Veen

woensdag 25 mei 2011

Effectief

An arresting image, zoals de Engelstaligen zo mooi kunnen zeggen, via het Franse arrêter (het dakje op de e verwijst naar de verdwenen s) kom je weer mooi terug bij de stopping power die zo'n afbeelding heeft. Zulke foto's wil ik eigenlijk maken zonder goedkope effecten te gebruiken die niet verder reiken dan simpelweg choqueren van eventueel publiek. Het was een foto gemaakt door Jill Greenberg die mij daar weer aan herinnerde.



Foto: Jill Greenberg

Wat deze natuurlijk zo interessant maakt is de rode kleur die weerkaatst in het wateroppevlak. Gecombineerd met de perfecte houding van het model (inderdaad net een pop, vooral de handen vind ik erg goed) lijkt het of er daadwerkelijk sprake is van een glazen plafond waartegen de dame veel te hard is opgebotst. Wanneer je die associatie meteen hebt (en die had ik) dan krijg je een sterke neiging verafschuwd weg te kijken maar je wilt toch wel beter kijken ook, je blijft tenslotte een perverseling gezond nieuwsgierig.

Zo zijn er fotografen die ontzielde lichamen fotograferen in diverse stadia van ontbinding, misvormde zaken in potten op sterk water of domweg blote mevrouwen en daarmee een vergelijkbare eerste reaktie teweeg kunnen brengen. De foto van Jill Greenberg vind ik veel beter, maar is dat dan alleen maar omdat het hoofd er niet echt af is gedonderd maar alleen die illusie gewekt wordt? Zou de foto minder interessant zijn als het hoofd er echt af was? Gaat fotografie zozeer over suggestie, iemand laten denken iets te zien of misschien iets dusdanig weergeven dat de toeschouwer een afwijkende kijk op het onderwerp krijgt? Ja natuurlijk! En het gaat dan dus niet om de platte weergave van iets dat op zichzelf choquerend is, wat is daar nou nog de kunst aan.

Nu is dit niet helemaal hetzelfde, maar verwant toch wel mijns inziens, fotograaf Irving Penn* zei: "A good photograph is one that communicates a fact, touches the heart, and leaves the viewer a changed person for having seen it; it is in one word, effective."

Het hart raken en invloed hebben op de toeschouwer is denk ik wat die stopping power behelst, dat is veel effectiever dan domweg verafschuwen of basale functies van het zoogdier prikkelen. Effectief, inderdaad. (Het eerste punt vind ik een beetje een dooddoener, ja natuurlijk communiceert de foto een feit, dat is omdat een foto nou eenmaal als enige kunstvorm muurvast zit aan de realiteit).

Eigenlijk wilde ik dit blogbericht graag illustreren met een zelfgemaakte foto met de macht tot stoppen te dwingen maar ondanks een paar gezellige overpeinzingen afgelopen dagen heb ik niet een goed beeld kunnen bedenken in de lijn van / geïnspireerd op bovenstaande foto. Het zou ook best kunnen dat je deze eigenschap minder makkelijk kunt afdwingen dan je zou willen, Jill Greenberg was tenslotte ook "gewoon maar" met een reportage bezig toen ze bovenstaande foto schoot. En zo blijkt dan alweer dat je vooral veel moet fotograferen om de kans dat er iets goeds tussen zit te vergroten.

*Irving Penn was een reclamefotograaf die voor de grote bladen fotografeerde en nogal vernieuwend was heb ik begrepen (ik kende hem tot voor kort niet eens moet ik bekennen), hij heeft een groot aantal erg mooie foto's gemaakt die je prettig kunt bekijken op googel plaatjes, daarom lijkt zijn uitspraak mij wel waardevol.

zondag 22 mei 2011

Daun

Op uitnodiging van mijn ouders een paar dagen in een slot in Daun, Duitsland, verbleven. Natuurlijk had ik mijn cameraatje mee met de CZ 1.4/50 (en een EF 35 f/2 als reserve, die ik niet nodig heb gehad) en heb ik daar wat foto's mee gemaakt in de mooie omgeving van het plaatsje in de Duitse Eifel.

Omdat de nadruk niet op fotografie lag deze dagen is mijn Zeiss Ikon Nettar in de tas gebleven en het statief op de hotelkamer. Dit laatste betekent dat onderstaande bosfoto's niet bruikbaar zijn voor mijn Daniel DeForest serie, maar dat waren ze toch al niet want het betreft hier geen Nederlandse bossen natuurlijk. Het is wel interessant om te zien hoeveel potentie die regio heeft, de hellingen waar sprake van is maken dat er op het eerste gezicht interessantere standpunten mogelijk zijn. Zoals gezegd, geen tijd om het beter te onderzoeken dus hier een paar fotootjes die ik schoot.









We hebben elke dag overheerlijk gedineerd 's avonds en overdag gewandeld, genieten dus. Waarbij het laboratorium experiment van James Olds en Peter Milner uit de jaren vijftig ter sprake kwam. Knaagdieren waren zo druk bezig hun beloningscentrum (genotscentrum?) (bij / in de hypothalamus, vraag me niet naar de details, ik ben geen bioloog) te stimuleren dat ze vergaten te eten, te drinken en te slapen en van uitputting stierven. Meer info op wikipedia (!). Hier verbind ik verder geen conclusies aan die toch futiel zouden zijn maar het past allemaal wonderwel in mijn huidige overpeinzingen.

Terugborrelend op een vorig blogbericht getiteld Talent wil ik graag nog even aanstippen dat ook programmeren nog steeds machtig interessant is (gisteren, geen idee meer wat de aanleiding was, heel wat erover gelezen, waar ik nu natuurlijk alweer veel te oud voor ben, in ieder geval om er nog een fatsoenlijke carrière uit te boetseren, hoewel ik daar in mijn middelbare schooltijd zeker snel genoeg ingedoken was, maar uiteindelijk misschien niet diep genoeg, waar zal dat aan gelegen hebben? Ik programmeerde allerhande spelletjes en dingetjes in basic, hoewel dat een ultra-zielige taal is toch een mooi begin natuurlijk, pastte boot-disks en dos dingetjes aan voor mijn eigen oude peeceetjes, waarom is dat uiteindelijk niet doorgezet? Uit angst de nerd te worden die ik uiteindelijk toch geworden ben? Afleiding door andere dingen die ook machtig interessant zijn zoals muziek? Het voordeel van programmeren is dat je te maken hebt met een door mensen gebakken en afgeschermde omgeving, het is mogelijk om daar uiteindelijk alles te begrijpen, fotografie en muziek, vergeet het maar).

Dus stug volhouden met fotografie (vooral de tweede foto in het rijtje boven spreekt mij daarom aan, heel modern, stom en nietszeggend), dat gaat hem worden. Concentreren op dat waar ik nu het meest gevorderd in ben (maar is dat eigenlijk zo?). Niet piekeren over verloren perspectieven. En niet vergeten te eten, drinken en slapen.

zondag 15 mei 2011

Uit de krant

Zelden knip ik iets uit de krant. Tot nu toe tweemaal, kennelijk omdat het bewuste stukje papier mij voldoende raakte om de schaar te gaan halen. Het eerste is een reeks "Tips en trucs voor een evenwichtig leven" door psychiater Frank Koerselman bij een interview gedeeld met de Volkskrant. De belangrijkste daarvan is voor mij het zeer kernachtig geformuleerde "Wees streng in de leer en realistisch in de praktijk". Een tip waar menig weldenkend mens baat bij kan hebben (het zal je niet verbazen dat ik zelf vooral aan het tweede punt moet werken).

Het tweede is een prachtige foto gemaakt door Erik van den Berg van de oudste Joodse begraafplaats van Europa, in Praag. Deze foto is zo goed gemaakt dat je een veelzeggende, diepe, indruk van de plek krijgt.

Het zijn de bomen die deze foto voor mij zo mooi maken, de bomen zijn de spil, ze maken een verwijdering en verbinding duidelijk. Omdat ten eerste de bomen het donkerste op de foto zijn, tegen een vrij egale lichtere "achtergrond", en zo eigenlijk het onderwerp, en ten tweede ze door hun kaalheid hun vorm zo duidelijk tonen wordt zeer benadrukt dat ze verticaal georiënteerd zijn, in tegenstelling tot de doden onder de stenen, dit contrast is verduidelijkt doordat de (meeste) stenen relatief licht zijn. Tegelijk is er een belangrijke eenheid tussen dood en leven. De bomen zijn kaal, dus in hun "doodse" periode van de seizoenen, bovendien staan de brokkelige grafstenen niet strak in het gelid maar schots en scheef, net als de gematigd grillige bomen, werkelijk heel natuurlijk allemaal. Zo vormt deze begraafplaats een verstilde enclave van dood en leven met op de achtergrond de gebouwen van de stad, zelf ook doods maar vol met leven (kan men aannemen en zich dan zo voorstellen).

De oudste Joodse begraafplaats van Europa, in Praag. Foto Erik van den Berg.

De oudste Joodse begraafplaats van Europa, in Praag. Foto Erik van den Berg.

woensdag 11 mei 2011

Iets heel anders

Afgelopen keer dat ik de Veluwe bezocht had ik ook een oude camera meegenomen met een Portra 400VC filmpje erin. Het oude besje schiet 6 x 9, dus maar liefst 8 foto's op een hele rol.

Omdat ik nog steeds zo erg heen en weer geslingerd word tussen "het moet doordacht en technisch zo dicht mogelijk de perfectie benaderen" en "het maakt geen bal uit want het is toch allemaal toeval of persoonlijkheid, aan je werk ligt het in ieder geval zelden" wilde ik beginnen met het tamelijk gedachteloos, klakkeloos en zelfs vrijwel achteloos schieten van acht dubbelopnames terwijl ik van het parkeerterrein naar wat dichter bos wandelde (eerlijk gezegd borrelde het dubbelopname idee pas tijdens het wandelen bij me op waardoor ik er maar zes heb geschoten).

Ik kan niet zeggen dat onderstaande foto's mij slechter toeschijnen dan sommig ander werk dat ik maak. Ook kan ik niet zeggen dat ik er minder blij mee ben puur vanwege de manier waarop ze tot stand zijn gekomen.







Het apparaat: een Zeiss Ikon Nettar, gemaakt eind jaren dertig begin jaren veertig van de vorige eeuw.

Zeiss Ikon Nettar

woensdag 4 mei 2011

Selectie van je eigen foto's

Afgelopen maandag was ik overdag na lange tijd weer eens op de Veluwe te vinden, ook al was het weer me eigenlijk te "mooi" (blauwe lucht, zon). Daarna heel lang bezig geweest met selecteren van foto's. Van 292 geschoten naar 92 bewaard naar een selectie van 19, toen 16 (die tussenstap geeft al aan dat ik wat moeite heb met kiezen, het grappige is wel dat de drie in deze stap verwijderde foto's alledrie van dezelfde situatie zijn die ik erg mooi vond: een tak van een boom was in de stam van een andere boom gegroeid, middenin ook, alsof de ene boom de andere een mes in de buik steekt, maar welke ik kennelijk niet adequaat, naar mijn smaak althans, heb kunnen vastleggen) en uiteindelijk 9 foto's.

Negen is natuurlijk teveel eigenlijk, maar ik heb twee overwegingen die zeer sterk verwant zijn:
1) Met, zo snel (kort na het schieten bedoel ik), rigoureus terzijde schuiven van foto's krijgen ze minder de kans om aan je te groeien. Sommige foto's hebben dat absoluut nodig, in eerste instantie is het kul, na een paar keer kijken zou er toch wel iets in kunnen zitten. Later (veel later) is het je favoriete foto geworden (net als soms met muziek). Foto's die in de eerste (paar) keer al weggeselecteerd zijn krijgen die kans nooit.
2) Deze foto's zijn voor een boekproject, maar andere foto's kunnen misschien ook een keer thematisch gegroepeerd worden om in een boek of op een tentoonstelling terecht te komen (men mag blijven dromen nietwaar?), het is dan prettig als er een ruime keus voor handen is zodat de eenheid in het boek, en de volgorde, mooi beheerst kan worden. Een foto die je in je kortzichtigheid in eerste instantie weglaat zou in een reeks ineens het plaatje (verhaal) compleet kunnen maken.

Eerder wilde ik een blogbericht schrijven over cureren en sequentie in verband met het maken van fotoboeken. Maar dat is me boven het hoofd gegroeid. Het beste is, denk ik, als iemand anders je werk cureert en voor je op volgorde legt zodat de fotograaf zich alleen met de essentie, het produceren van foto's, hoeft bezig te houden. Welja, straks verlang ik nog dat iemand koffie voor mij zet en mijn appartement schoonhoudt!

Tevens was het weer zeer interessant om te zien wat er nu eigenlijk werkt in een foto, vooral op gebied van compositie* (waar scherpte en licht toch ook een rol in lijken te spelen), het spoort mij aan mijn fotografische kunnen verder fijn te slijpen zodat de kansrijke compositie sneller gevonden wordt en meer aandacht krijgt, ten koste van foto's die uiteindelijk toch niet zouden werken (voor mijn gevoel ben ik daar al geen watje in maar van 292 naar 9 selecteren geeft natuurlijk wel iets aan over mijn klik-maar-raak gedrag).

Hierbij gewoon de foto's zoals ik die heb laten opflickren:









Enzovoort.

Naschrift: één en ander verkeert overigens wel op gespannen voet met elkaar: lang bezig blijven met een onderwerp / situatie om er het maximale uit te halen en uiteindelijk tóch die superplaat te maken (wat ik probeer en ook eerder op dit blog beschreef) is moeilijk te verenigen met het scannen van de omgeving en alleen de kansrijke composities waarnemen om die trefzeker in het kastje te vangen. Het slechts schieten van de kansrijke composities verarmt het aanbod bij de selectie drastisch (en dus de kans op pareltjes die wat langer nemen om te volgroeien**). Het zal wel weer gaan om de gulden middenweg, de balans.

* Wat wel en niet werkt is een wirwar van ervaringen en leidraden in mijn hoofd waar ik zelf niet goed uitkom. Regels zijn er om te overtreden, dat is ook duidelijk van belang, een positie van iets (een lijn, een vorm, een licht, een donker) is in relatie tot andere posities in het platte vlak zeer bepalend voor de indruk, scherpte en onscherpte speelt daarin ook een rol maar iets minder heb ik het gevoel.

** Tenzij je oog (annex hersenpan) zo ver is dat het die pareltjes herkent als kansrijke composities! Deze toestand kwalificeer ik als onwaarschijnlijk tot schier onmogelijk, maar wellicht ten onrechte.