zaterdag 30 april 2011

Talent

"Het talent dat men wil hebben, verknoeit 't talent dat men bezit." plaatste ik enige tijd geleden op mijn gelaatboek muur. Dit had ik gelezen in de Volkskrant en het scheen mij wel diepzinnig toe met een kern van waarheid. Een relatief groot aantal mensen "vinden het leuk". Geen idee waarom.
Er zijn vele talenten die ik zou willen bezitten, zoals zovelen met mij ongetwijfeld. Bij het lezen van een succesverhaal van een manager, kunstschilder, ondernemer, schrijver, regisseur, fotograaf, muzikant, willen we dan allemaal niet ook eventjes (voordat we terugkeren in de realiteit en druk onze zegeningen gaan tellen: de plasmatelevisie, de Appel ikMat)? En steekt het dan misschien dat we zo ongelooflijk middelmatig zijn (vrijwel niemand hier is nog verstoken van een grote televisie of een Appel product)? Of je leest over het talent van koningschap, en misschien wil je dat dan wel bezitten, trouw als burgermannetje / vrouwtje iemand uit het koningshuis en je hebt het (niet dat dat makkelijk is maar de prestatie is natuurlijk, uiteindelijk, miniem).
Zou het niet interessanter zijn om te ontdekken wat het talent is dat je bezit (of misschien bezit je er meerdere)? Dat is natuurlijk lastig omdat je het waarschijnlijk niet als zodanig herkent omdat het zo gewoon voor je is. Remco Campert heeft een groot talent om te talmen, las ik (ook in de Volkskrant meen ik, enige tijd geleden). Dat is een talent dat de meesten onder ons lijken te bezitten, maar Remco Campert schrijft zeer onderhoudende stukken proza die door velen met plezier worden gelezen, en veel anderen (waaronder ikzelf natuurlijk, talmen lijkt mijn middelste naam) niet.
Wanneer ik denk dat ik een talent wil bezitten dan word ik altijd dermate gehinderd door anderen die het talent al ontwikkeld hebben en ernstig goed zijn (en dat zijn er dan niet één of twee, maar tallozen) dat ik mijzelf al geen plek meer voorzie aan het firmament van dat talent. Ongetwijfeld een hindering waar meer mensen last van hebben. Is dat belangrijk? Moet je altijd aan het firmament een positie weten te veroveren? Kan je niet in de marge doorbroddelen? Nee: zelfs het ontbijt is tegenwoordig verheven tot een middel om aanzien te verwerven op de sociale netwerken, zo is de maatschappij. Marge is voor doetjes, mijn ontbijt is het meest leuk gevonden ontbijt dus ben ik koel. Jouw ontbijt is een hoop schijt voor uitgerangeerde graftakken.
Een tijd geleden koos ik voor fotografie, een tamelijk arbitraire keuze en ook te laat. Toen ik in de ict ging werken (ik was toen langzaam de muziek al vaarwel aan het zeggen) stortte die markt in met een paar geklapte internet-zeepbellen, nog los van het feit dat ik als n00b verkeerd terecht kwam (het mbo-niveau werk- en opleidingstraject van de Randstad wees mij af, omdat ik niet geschikt zou zijn ofzo, dus kwam ik bij een blabla firma terecht die niet lang daarna failliet ging). Toen ik de fotografie oppakte (om het gat dat de muziek achterliet te vullen) stortte die markt in, juist door mensen zoals ik (die gelokt door de goedkope spele-dingetjes onmiddelijk zichzelf bombardeerden tot fotograaf). (Kanttekening: uiteraard ben ik niet zo'n netwerk en marketing-mannetje dus had ik het zelfs bij een aantrekkende markt vast moeilijk gehad.)
Ondertussen heb ik nog wat halfslachtige pogingen gedaan om iets te schrijven, dat draaide op niets uit omdat ik er niet het vereiste doorzettingsvermogen voor aan de dag wist te leggen (het schijnt dat sommige mensen een column in een paar minuten kunnen schrijven, welnu, ik geef toe, ik doe hier weleens een uur of twee over, en soms langer). Er ligt ook nog een doek en wat verf en kwasten in de kast hier.
Mijn talent is misschien, dat ik zoveel ontzettend interessant vind en het ook graag zelf zou willen doen. Mijn anti-talent is dat ik dan alweer snel doorheb dat het niet de juiste kant op gaat en het na een paar jaar maar opgeef, de essentie van het fenomeen ontglipt mij telkens. De essentie is, volgens mij, jezelf, je bestaan, je netwerk, je brutaliteit en blufvaardigheid, en die is universeel en onafhankelijk van elk ander talent (of werkgebied).
Toch. Fotografie ben ik nog steeds niet van zins op te geven, het is een paar jaar geleden dat ik dit pad koos en ik weet, met de voortschrijdende leeftijd in het achterhoofd, dat ik er iets van moet maken, duidelijk ben ik niet één van de luitjes die probleemloos een nieuwe carrière (of hobby of talent of weet ik veel) uit de kluiten kan wassen en daar onmiddelijk, gevoed door vrolijke grootspraak, mee aan de weg kan timmeren. Hen die van de inhoud zijn hebben meer tijd nodig om tot volle wasdom te komen, waarschijnlijk teveel tijd.
"Het talent dat men wil hebben, verknoeit 't talent dat men bezit." Juist ja. Geforceerd fotografie bedrijven verknoeit dus dat andere, onbekende. Niet dat de Volkskrant ex cathedra spreekt perse, maar ik geloof wel dat er waarheid schuilt in deze zin. Iemand enig idee?
Het grootste probleem blijft overigens gebrek aan inhoud, maar dat is een probleem dat buiten mij niet lijkt te bestaan. Het belangrijkste talent is het zijn van een persoon, denk ik, en de juiste persoon kan prima inhoudsloos werk de markt in slingeren. Doch, ieder is een persoon (ook al onderdeel van het geheel). Er moet een passende niche zijn waarin de persoon kan bestaan. Misschien heb ik die allang gevonden.

woensdag 20 april 2011

A house is not a home

Enige tijd geleden maakte ik een korte serie foto's in mijn appartementje kort nadat Annette daaruit was vertrokken. De titel van het bekende nummer van Burt Bacharach, gezongen door talloze artiesten maar mij voornamelijk bekend van de voortreffelijke uitvoering van Trijntje Oosterhuis, A house is not a home, leek mij zeer passend bij deze korte serie.

Vandaag, onverbeterlijke huismus dat ik ben en mij toch met fotografie bezig willende houden ondanks talloze afleidingen en gewenste talenten op andere gebieden die mij bijster interessant toeschijnen (zoals striptekenen, schrijven, muziek maken en zelfs sociale media begrijpen, als dat eigenlijk een talent kan zijn), besloot ik een uitbreiding te schieten van deze serie en daarmee de beladenheid van de gebeurtenis waar die oorspronkelijk een uitvloeisel van was wat te verzachten. Niet persé daarom, maar ook om de reikwijdte te vergroten, omdat het een specifiek document kan zijn waar na langere tijd misschien een aardig beeld uit te destilleren valt dat niet zo uit de verf komt met alleen de (nu) eerste 14 foto's.

Painting in the stairway

Clothes on rocking chair

Wooden closet

Enzovoort.

Een paar uit de eerste serie:







Hele set: A house is not a home.

dinsdag 12 april 2011

American power

Zojuist even rap op basis van de foto die ik in het vorige blogbericht over focus als uitgangspunt had genomen een nieuwe, andere, reeks samengesteld. Ook deze is wat rammelend maar biedt misschien wel een aanzet tot eenheid.

De laatste tijd denk ik ook veel aan de serie van Mitch Epstein getiteld American power die ik enige tijd terug in een fotomuseum, ik meen Foam, gezien heb. Daar was ik toen erg van onder de indruk maar ik heb er ook een paar observaties bij, namelijk
1) het zijn nogal "gewone" foto's, als je ze wel beschouwt, wat maakt ze dan zo indrukwekkend? Hij heeft er natuurlijk een oog voor, het is geen bagger, maar de kracht lijkt hem toch te zitten in het bij elkaar presenteren van de foto's. Blijkbaar heeft hij wel een duidelijk overkoepelend idee culminerend in een begrijpelijk verhaal. Het verhaal heeft echter geen begin of eind, het verhaal is een totaal dat oprijst uit alle beelden, lijkt het.
2) gaat meneer Epstein elke dag of zo nu en dan een dag naar buiten met het oogmerk voor een bepaalde serie een bepaalde superplaat te schieten? Of gaat hij naar buiten en kiest een locatie die geschikt is voor één of een aantal foto's en kiest hij, of een ander, achteraf een sterke serie en bestaat het idee "American power", zeker in het begin, alleen maar een beetje vaag in het achterhoofd, of zelfs het onderbewuste? Of rijdt hij maar wat rond, zoals ik heb gelezen dat veel Amerikaanse fotografen doen, totdat zijn oog ergens op valt en fotografeert hij dat (en wordt het later ingepast in een serie)?
3) nogmaals, de foto's op zich lijken mij niet zo bijzonder, maar dat zijn ze kennelijk wel (gezien zijn status en gezien de opname van veel van zijn foto's in collecties van musea). Dat is natuurlijk ontzettend interessant. Waarom hebben mijn foto's niet die status? Mijn foto's zijn op zich tenslotte ook niet zo bijzonder, maar wel aardig van compositie en dergelijke. Het verschil tussen zijn en mijn foto's, mijn ambitie is om dat te overbruggen (het essentiële, in deze, verschil dus, niet persé om dezelfde foto's te maken natuurlijk).

Hoe dan ook, hier mijn nieuwe serie op basis van de foto uit Leuven die ik in het vorige blogbericht ook als uitgangspunt nam:











Unsub

Heel anders. Toch?

maandag 11 april 2011

Focus

Het is me al lang een doorn in het oog en het zou me niet verbazen als ik er al talloze malen tegen je over tekeer ben gegaan, zij het niet in dit blog dan wel in persoon: mijn fotografie ontbeert focus*. En niet zo'n klein beetje ook, ik sta een minuscule paddestoel vlak voor mijn neus te fotograferen met het objectief op oneindig scherpgesteld. Focus is misschien wel het belangrijkste element van een oeuvre. Nu is focus niet hetzelfde als het presenteren van een (deel van een) werk als eenheid, maar zo'n eenheid is misschien wel een stap op weg naar focus, omdat je kunt gaan scherpstellen op (aan de hand van) de gevonden eenheid. Eerder kwamen mijn vader en ik al discussiërend erop dat zelfs zoiets dufs als een plastic zak op al je foto's tot een eenheid in het werk kan leiden en dat de enige eenheid die ikzelf momenteel kan presenteren die van de geeneenheid is: alle redelijk grote groepjes (zeg 15 beelden)** die je kunt maken met mijn foto's hebben geen eenheid, dat is dan het overkoepelende idee. Daarvoor moet men echter wel een erg lange aandachtsspanne hebben terwijl we in een tijdsgewricht bestaan waar aandachtsspannen ras korter worden en inmiddels die van de goudvis gewoon doen lijken. Bovendien is het natuurlijk laf om me er zo vanaf te maken.

Een belangrijk kritiekpunt op mijn boek van Naarden Vesting is dat er geen verhaal overkomt, de foto's, soms zelfs twee tegenoverliggende foto's op een spread, lijken niet bij elkaar te passen. Verschillende foto's zijn vanuit verschillende ideeën gemaakt en de eenheid die van het gekozen onderwerp "Naarden Vesting" uitgaat is onzichtbaar dus non-existent. De critici hebben gelijk en drukten mij ook met de neus op het feit dat eenheid, en focus, al wil ik het niet helemaal vertroebelen door alle begrippen door elkaar te halen, belangrijk is en zichtbaar moet zijn; visueel moet men de indruk hebben dat het, inderdaad, een verhaal is, daar waar ik baldadig soms expres twee totaal verschillende foto's op een spread plaatste en als totaalverhaal van het boek wel iets in mijn achterhoofd had dat ik er zelf nu wel uit kan halen maar dat veel te letterlijk is (en eigenlijk ook een slecht verhaal), mijn baldadigheid bovendien zonder gegronde reden waardoor hij niet werkt. Hoe je een visueel verhaal maakt dat niet letterlijk is interesseert me wel en ik denk dat om dat beter te begrijpen meer kunstzinnige bagage nodig is (hoewel het idee je niet te laten beïnvloeden door iemand anders mij ook altijd enorm aanspreekt maar daar is het nu toch al te laat voor).

Laatst was ik in Leuven en schoot onder andere dit:



Op zich vrij aardig en bij wijze van oefening zocht ik er een paar andere foto's bij die een aanzet tot een verhaal kunnen zijn in een eenheid***.











Beter?
Ik vrees dat ik er nog lang niet ben, sommigen hebben schaduwvlekken, anderen lichtvlekken, bovendien is de eerste een muur en de meeste anderen niet, is de eerste scherp en een aantal anderen juist niet (dat was destijds dan ook de bedoeling maar ook "onscherpte" biedt, zoals door mij geïmplementeerd, niet voldoende houvast voor een eenheid geloof ik). De eerste is geel, de anderen totaal niet. En dan hebben we het nog niet eens over de (o zo belangrijke) volgorde van de beelden, die nu slechts bepaald is door de volgorde waarin ik ze, achteruitbladerend, in mijn flickr stroom aantrof en die dus nauwelijks de optimale kan zijn. Daarbij is het nogal lastig om van een muur met lichtvlekken je blauwe deur te maken. Hoewel dat nu ik het opschrijf ineens als stompzinnigheid van een kleingeestige klinkt.

(Even terzijde, zonder de "inhoud" van het werk uit het oog te willen verliezen, waaraan in dit bericht geen aandacht is besteed.)

* In de zin van het object of de kwestie waarop het denken en de aandacht is gericht, hetgeen ik ook weleens blauwe deur placht te noemen.
** Hoewel de fotograaf zelden zijn beste curator lijkt te zijn, iets dat mijn grijze massa ook al eens bezig houdt.
*** De volgende stap is natuurlijk om de focus hierop te leggen (in ieder geval bij tijd en wijle) zodat de fotograaf door de zoeker van de camera al de potentie ziet die de foto gaat hebben om in de eenheid, het visuele verhaal, te passen, zodat de gefocuste fotograaf minder overbodige foto's maakt en meer passende, passende situaties ook gaat opzoeken. Me dunkt wellicht een omgekeerde benadering, is het niet beter om de focus uit de resultaten magisch te laten opwellen? Zoals ik dat zo graag doe maar waar ik blijkbaar niet erg succesvol mee ben (en is dat laatste dan weer een teken van gebrek aan aangeboren artistiekheid)?