Het honderdste blogbericht van ondergetekende, welja. Verder niet interessant natuurlijk. Wat wel interessant is: Hungry Eyes (Engels, hoofdletters, waarom toch?) in het fotomuseum in Antwerpen (www.fotomuseum.be, nog tot 5 juni).
Zeer inspirerend. Daarom enkele notities (hoogtepunten, persoonlijke inzichten) waarmee ik je de moed om zelf te gaan kijken zeker niet wil ontnemen. Het is misschien niet zo diepgaand allemaal (het is vooral esthetisch, er is weinig binding met, of kritiek op, andere zaken dan het eten al beweren bijschriften soms anders, het kan dus ook aan mijn domheid liggen) maar als je van fotografie houdt en misschien zelf ook eens op een blauwe maandag een reflexcamera hebt aangeschaft kun je genoeg ideeën opdoen om een paar weken bezig te zijn. En voor sommige fotografen onder ons wel een paar jaar denk ik. Op volgorde van bekeken:
Valérie Belin
De grote glimmende foto's van stillevens (fruit in een mandje gekieperd) met nèt niet de goede kleur vond ik mooi en zijn mij ook duidelijk bijgebleven. Zwartwitfoto's gemaakt in een slachthuis schenen mij op het eerste gezicht plat en stom toe maar bij nader inzien (ook na een discussie met Ivo, die mij aldaar vergezelde) zat er wel wat in. Sowieso was duidelijk dat de compositie zorgvuldig was gemaakt door iemand met kijk daarop. Er is uiteindelijk ook meer te zien dan alleen een dood beest aan een vleeshaak, hoewel dat weldegelijk het grootste deel van elke foto in beslag neemt. Haar andere werk vond ik niets, of ik begreep het (kennelijk) niet ondanks de schriftelijke uitleg.
Dimitri Tsykalov
Gratuite beelden van blote mensen met lappen rauw vlees doen het in principe altijd goed bij mij, omdat ik erg van choqueren houd en niet snel gechoqueerd ben. Maar al met al zie ik het nut er toch niet zo van in (hier contrasteert mijn mening wel zeer met het bijschrift, uw kilometrage kan afwijken dus). Hetzelfde geldt voor zijn uitgesneden doodskoppen. Kunstig, maar in mijn ogen zinloos. Toch ben ik blij dit gezien te hebben, want het maakt me duidelijk (eens temeer) hoe waanzinnig fijn de lijn is waarlangs wij kunstenaars schuifelen (of balk waarover wij evenwichtwandelen). Ik kan (nog steeds en met vlagen) niet onder woorden brengen waarom deze foto's, hoewel overduidelijk als kunst bedoeld, bij mij niet binnenkomen*.
Tony Le Duc
Professioneel voedselfotograaf die ook veel voor tijdschriften heeft gedaan. Hij heeft meer foto's dan de anderen in het museum hangen waarvan een groot aantal overduidelijk broodbeelden zijn. Compleet een zeer mooi esthetisch geheel en er zitten een groot aantal juweeltjes tussen. Dit was voor mij het meest inspirerend, juist omdat er zoveel verschillend werk hangt waar ook minder goede of simpelere beelden tussen zitten. Hierdoor word ik aan de hand meegenomen naar het betere werk, enigszins is te zien hoe het allemaal zo ervan komt (en getoond wordt dat de topwerken uitschieters zijn in een algemener oeuvre). Vind ik altijd erg interessant. Op het obligate teeveeschermpje zie je Tony Le Duc aan het werk met zijn simpele reflex, dat was ook erg prettig voor mij (geen knetterdure camera) al verklaarde het wel de wat overdreven verscherping die op sommige foto's toegepast was.
Plus
Kijk ook even op de bovenste verdieping, daar staan erg vette projecterende constructies van Julien Maire, waarvan helaas maar twee het deden terwijl wij er waren. Maar die twee zijn al genoeg om de trap te nemen. Één ervan biedt de mogelijkheid om met witte papiertjes te schuiven op een zwart tafeltje (buiten natuurlijk het nauwkeurig inspecteren van het ingenieuze projectie systeem) hetgeen ik iedereen van harte aanraad te doen.
In de zijkamer bij de ingang werk van jonge Belgische kunstenaars, volgens mij ook volslagen de weg kwijt, maar er hing wel een mooie foto van een pop die toch een indruk heeft achtergelaten. Een vergeetbaar beeld op zich**, maar ter plekke wel interessant.
* In dat opzicht zou een studie aan een kunstacademie voor mij niet eens zo slecht zijn misschien. Laatst stond ik in een tweedehands boekwinkel te bladeren in een leerboek van Bauhaus, die paar dingetjes die ik daar al in zag staan leken mij onmiddelijk didactisch zeer verantwoord. Trucs om opnieuw te leren kijken. Niet perse met je ogen, maar met je geest. Wat je daar (op zo'n academie) ook schijnt te leren is "waarom", althans, het antwoord op alle waaromvragen te geven. Dat lijkt me ook erg nuttig want meestal heb ik geen flauw idee waarom. Twee zaken (leren kijken, de waaromvraag beantwoorden) die ik natuurlijk ook zelfstandig kan oppakken.
** Dat is zo op een onverwacht moment ineens wel een interessant criterium. Mijn beelden laten zich ook gemakkelijk vergeten. Ongeacht of het kunst of wat dan ook betreft, het is niet goed voor je aanwezigheid in het collectief. Vandaar natuurlijk ook het willen choqueren, al kun je je afvragen of dat nu persé de juiste weg is.
donderdag 24 februari 2011
dinsdag 15 februari 2011
Inspiratie in zwartwit, landschappen
De afgelopen weken heb ik zoals te doen gebruikelijk weer heel wat foto's bekeken op het grote wereldwijde web. De meeste foto's waren natuurlijk onbegrijpelijke prutswerken, elk een onvermoed nieuw dieptepunt vormend, die grove stukken wegvraten van mijn gezichtsvermogen.
Maar een klein deel was goed. Beduidend beter dan het niveau waar ondergetekende op aan het worstelen is (zich vastgrijpend aan het gladde oppervlak van zijn plateautje om in ieder geval maar niet verder omlaag te tuimelen). Met name deze twee die ik jullie niet wil onthouden, ter inspiratie.
De links verwijzen naar een specifiek lichaam van werk dat mij enorm aanspreekt (meer dan hun overige werk). Het is mogelijk interessant om uit te vinden waarom.
Lauren Henkin maakte sublieme zwartwitfoto's van één veld in Maine. Verdeeld over twee jaar houdt ze 14 foto's over (respect) en maakt daar een boek van dat 650 dollar kost. Dubbel respect. Dat is dus precies de richting die ik ook in wil gaan, keiharde selectie in je foto's aanbrengen en daarna niet dood hoeven te hongeren.
Eric William Carroll onderzoekt licht (en donker) op verschillende manieren. Niet alles is even fantastisch maar de reis is in deze wel heel interessant. De reden dat ik bij hem uitkwam en waarom ik deze ook plaats is de één na laatste foto van zijn serie (helemaal rechts) speed of dark, deze beneemt mij nog steeds de adem.
Ik hoop dat jullie ook zullen genieten van hun foto's.
Noot: ik ben afgestapt van het de hele tijd "vind ik", "in mijn ogen" en dergelijke overal bij te zeggen, dit zijnde mijn persoonlijke blog veronderstel ik in het vervolg als bekend dat het slechts om mijn mening gaat.
Maar een klein deel was goed. Beduidend beter dan het niveau waar ondergetekende op aan het worstelen is (zich vastgrijpend aan het gladde oppervlak van zijn plateautje om in ieder geval maar niet verder omlaag te tuimelen). Met name deze twee die ik jullie niet wil onthouden, ter inspiratie.
De links verwijzen naar een specifiek lichaam van werk dat mij enorm aanspreekt (meer dan hun overige werk). Het is mogelijk interessant om uit te vinden waarom.
Lauren Henkin maakte sublieme zwartwitfoto's van één veld in Maine. Verdeeld over twee jaar houdt ze 14 foto's over (respect) en maakt daar een boek van dat 650 dollar kost. Dubbel respect. Dat is dus precies de richting die ik ook in wil gaan, keiharde selectie in je foto's aanbrengen en daarna niet dood hoeven te hongeren.
Eric William Carroll onderzoekt licht (en donker) op verschillende manieren. Niet alles is even fantastisch maar de reis is in deze wel heel interessant. De reden dat ik bij hem uitkwam en waarom ik deze ook plaats is de één na laatste foto van zijn serie (helemaal rechts) speed of dark, deze beneemt mij nog steeds de adem.
Ik hoop dat jullie ook zullen genieten van hun foto's.
Noot: ik ben afgestapt van het de hele tijd "vind ik", "in mijn ogen" en dergelijke overal bij te zeggen, dit zijnde mijn persoonlijke blog veronderstel ik in het vervolg als bekend dat het slechts om mijn mening gaat.
maandag 14 februari 2011
De foto die ik niet maakte
Vanochtend zijn de laatste meubels van Annette door haar ouders opgehaald, met hun twee Volvo stationwagens. Dit betekende gezellig koffiedrinken in mijn wat kalige appartementje met mensen die ik toch zo lang heb gekend maar nu al maanden niet heb gezien. Mijn ex schoonvader is een groot liefhebber van fotografie en heeft een ontzagwekkende collectie camera's (bijna allemaal reflexcamera's waar een ouderwets filmrolletje in gaat). Hij had een dik boek met foto's meegenomen die hij recentelijk heeft gemaakt in deze omgeving (voornamelijk Naarden Vesting). Het was aangenaam om de foto's te bekijken die met de verschillende camera's en objectieven zijn gemaakt en om nog wat te praten over verschillen tussen de Pentax ME-Super, Minolta X300, Canon AV-1, Nikon FM2N (die hij op mijn aanraden aanschafte enige tijd geleden) en dergelijke.
Aangezien het op loopafstand ligt en ik het een weerbarstig onderwerp vind ben ik zelf ook zo nu en dan in de vesting van Naarden te vinden, zo in alle onregelmatigheid een foto document opbouwend hiervan. Het boek dat op mijn schoot lag was dit document echter al. Ik zag minstends drie foto's (die ik mij nu nog voor de geest kan halen) gemaakt vanuit een zeer originele hoek waar ik zelf niet zo aan gedacht had, die een uitstekend beeld wisten op te roepen van het karakteristieke vestingstadje. Drie foto's die ik niet gemaakt heb, maar nu zeker zelf ook eens wil gaan proberen.*
Uiteindelijk waren de meubels dan toch in de Volvo's geladen, terwijl de hemel was dichtgetrokken en de eerste regendruppels vielen, en reden mijn ex schoonouders van het parkeerdak af om huiswaarts te keren. Ik stond bovenaan om de slagboom te openen met mijn afstandsbediening. In alle treurigheid, zoals die op kan wellen bij het afsluiten van een tijdperk, staarde ik vanachter de geopende slagboom de laatste Volvo na terwijl deze langzaam, met de remlichten opgloeiend in het gedempte licht van een sombere dag, de steile helling afreed, met de meubels duidelijk te onderscheiden achterin. Dat was een verrassend veelzeggend moment waarop ik niet geanticipeerd had, mijn camera had ik dan ook niet in de hand. Het is een zeldzaamheid dat ik in de echte wereld zomaar een foto zie, iets waar ik andere (amateur) fotografen weleens over hoor. Ik denk dat ik die foto had willen maken, maar dat kan nu niet meer.
* Het inspireerde mij tevens om mijn aanstaande boek over de vesting te laten gaan, in plaats van "favorieten van 2010" dat mij bij nader inzien te wazig is.
Aangezien het op loopafstand ligt en ik het een weerbarstig onderwerp vind ben ik zelf ook zo nu en dan in de vesting van Naarden te vinden, zo in alle onregelmatigheid een foto document opbouwend hiervan. Het boek dat op mijn schoot lag was dit document echter al. Ik zag minstends drie foto's (die ik mij nu nog voor de geest kan halen) gemaakt vanuit een zeer originele hoek waar ik zelf niet zo aan gedacht had, die een uitstekend beeld wisten op te roepen van het karakteristieke vestingstadje. Drie foto's die ik niet gemaakt heb, maar nu zeker zelf ook eens wil gaan proberen.*
Uiteindelijk waren de meubels dan toch in de Volvo's geladen, terwijl de hemel was dichtgetrokken en de eerste regendruppels vielen, en reden mijn ex schoonouders van het parkeerdak af om huiswaarts te keren. Ik stond bovenaan om de slagboom te openen met mijn afstandsbediening. In alle treurigheid, zoals die op kan wellen bij het afsluiten van een tijdperk, staarde ik vanachter de geopende slagboom de laatste Volvo na terwijl deze langzaam, met de remlichten opgloeiend in het gedempte licht van een sombere dag, de steile helling afreed, met de meubels duidelijk te onderscheiden achterin. Dat was een verrassend veelzeggend moment waarop ik niet geanticipeerd had, mijn camera had ik dan ook niet in de hand. Het is een zeldzaamheid dat ik in de echte wereld zomaar een foto zie, iets waar ik andere (amateur) fotografen weleens over hoor. Ik denk dat ik die foto had willen maken, maar dat kan nu niet meer.
* Het inspireerde mij tevens om mijn aanstaande boek over de vesting te laten gaan, in plaats van "favorieten van 2010" dat mij bij nader inzien te wazig is.
woensdag 9 februari 2011
Veluwe
Soms, zoals afgelopen maandag (ik vermijd weekenden vanwege wandelgangers), ga ik naar de Veluwe, dit heeft een aantal voordelen, de belangrijkste daarvan is dat het bos een zeer kalmerende invloed kan hebben. Niet dat ik er roodaangelopen heen stuiter in mijn Aygootje met mijn armen in een dwangbuis en mijn knarsentanden diep in het stuur gedrongen, maar enige ontspanning kan nooit kwaad als het regelen en piekeren iemand boven het hoofd stijgt.
De voorlaatste keer op de Veluwe was niet zo'n succes omdat de inspiratie niet vloeide en daarom ontbrak mij nu enige motivatie, doch gedachtig het adagium uit mijn jeugd "dan moet je maar zin maken" toog ik op weg. Mijn stamparkeerplaats was omgetoverd in een doorvoerroute voor af te voeren boomstammen (één van de redenen dat het de vorige keer minder lukte was dat men toen net in die omgeving allemaal bomen had gekapt) daarom besloot ik, na een blik op de kaart, de volgende parkeerplaats te proberen (waar ik voorheen ook al eens gestaan had). Deze was echter, daar waar hij niet vol met boomstammen gelegd was, volslagen omgewoeld door voertuigen met brede banden; ik durfde mij daar niet in te begeven met mijn Aygootje en reed op goed geluk door. De derde (voor mij nieuwe) parkeerplaats was raak en de beloning was navenant, nog geen 30 meter van mijn autootje ruiste de wind door de hoge bomen en kon ik mijn eerste diepe zucht slaken (of diepe ademhaling doen).
Bedankt bos.






Toen ik rond een uur of drie had besloten terug te gaan om files te vermijden (die er overigens al stonden tegen vieren maar gelukkig voor mij alleen in tegengestelde richting) kwam ik nog een bosdeel tegen waar ik op de heenweg ook doorheen was gedwaald dat nu echter van een bijzonder mooi licht voorzien was. De zon was zich ook net begonnen te verschuilen en dat zorgde voor wat minder contrast zonder de richting van het licht geheel te verhullen. Het was duidelijk dat de scene alleen kon werken vanuit de plek waar ik stond maar zonder dat er teveel afleidende elementen in het uiteindelijke beeld terecht zouden komen. Daarom haalde ik voor het eerst in deze serie waarin ik de Nederlandse bossen probeer vast te leggen door de seizoenen heen (en waar ik uiteindelijk een boek van wil maken) de 50 mm van de camera af en plaatste een 100 mm*.

*Technische stierenuitwerpselen: ik wilde op zich de hele serie met de Carl Zeiss 1.4/50 schieten om consistentie te houden en goed deze brandpuntsafstand te leren kennen maar principes zijn er om van af te wijken. Omdat deze scene duidelijk niet zou werken als ik teveel in beeld zou hebben en ook niet als ik de flankerende bomen kwijt zou zijn door dichterbij te gaan staan pakte ik de 100 mm f/2.8 USM (ja de oude, niet de L versie) die ik gelukkig in de tas had zitten en maakte daarmee de foto, op f/2.8 om de focus goed op de bomen waar het om gaat te leggen. Het interessante is, die afstand (tientallen meters) is zeer moeilijk scherp te krijgen (voor mij in ieder geval) omdat hij niet op oneindig zit maar vlak daarvoor, de draaiing van de scherpstelring van 30 meter naar oneindig is minuscuul en het verschil is heel moeilijk te zien in de zoeker, daarom schoot ik uit voorzorg een aantal op autofocus, hetgeen ik normaal nooit doe. De autofocus varianten bleken allemaal ten onrechte op oneindig scherpgesteld te hebben (hoewel er een kerstverlichting aan vakjes oplichtte rond de bewuste bomen in de zoeker van de 1DsII elke keer). Één van de handmatig scherpgestelde foto's bleek echter behoorlijk in de buurt te zitten van de juiste bomen. Dat is degene die ik hier geplaatst heb. In dit formaat is het verschil in scherpstelpunt natuurlijk helemaal niet te zien, maar op een grote afdruk gegarandeerd wel. En daar maak ik deze foto's natuurlijk voor (wie wil er niet een fantastisch rustgevend bos op fotobehang op de muur van zijn / haar slaapkamer? Bestellingen kunnen naar mij ge-e-maild worden).
De voorlaatste keer op de Veluwe was niet zo'n succes omdat de inspiratie niet vloeide en daarom ontbrak mij nu enige motivatie, doch gedachtig het adagium uit mijn jeugd "dan moet je maar zin maken" toog ik op weg. Mijn stamparkeerplaats was omgetoverd in een doorvoerroute voor af te voeren boomstammen (één van de redenen dat het de vorige keer minder lukte was dat men toen net in die omgeving allemaal bomen had gekapt) daarom besloot ik, na een blik op de kaart, de volgende parkeerplaats te proberen (waar ik voorheen ook al eens gestaan had). Deze was echter, daar waar hij niet vol met boomstammen gelegd was, volslagen omgewoeld door voertuigen met brede banden; ik durfde mij daar niet in te begeven met mijn Aygootje en reed op goed geluk door. De derde (voor mij nieuwe) parkeerplaats was raak en de beloning was navenant, nog geen 30 meter van mijn autootje ruiste de wind door de hoge bomen en kon ik mijn eerste diepe zucht slaken (of diepe ademhaling doen).
Bedankt bos.






Toen ik rond een uur of drie had besloten terug te gaan om files te vermijden (die er overigens al stonden tegen vieren maar gelukkig voor mij alleen in tegengestelde richting) kwam ik nog een bosdeel tegen waar ik op de heenweg ook doorheen was gedwaald dat nu echter van een bijzonder mooi licht voorzien was. De zon was zich ook net begonnen te verschuilen en dat zorgde voor wat minder contrast zonder de richting van het licht geheel te verhullen. Het was duidelijk dat de scene alleen kon werken vanuit de plek waar ik stond maar zonder dat er teveel afleidende elementen in het uiteindelijke beeld terecht zouden komen. Daarom haalde ik voor het eerst in deze serie waarin ik de Nederlandse bossen probeer vast te leggen door de seizoenen heen (en waar ik uiteindelijk een boek van wil maken) de 50 mm van de camera af en plaatste een 100 mm*.

*Technische stierenuitwerpselen: ik wilde op zich de hele serie met de Carl Zeiss 1.4/50 schieten om consistentie te houden en goed deze brandpuntsafstand te leren kennen maar principes zijn er om van af te wijken. Omdat deze scene duidelijk niet zou werken als ik teveel in beeld zou hebben en ook niet als ik de flankerende bomen kwijt zou zijn door dichterbij te gaan staan pakte ik de 100 mm f/2.8 USM (ja de oude, niet de L versie) die ik gelukkig in de tas had zitten en maakte daarmee de foto, op f/2.8 om de focus goed op de bomen waar het om gaat te leggen. Het interessante is, die afstand (tientallen meters) is zeer moeilijk scherp te krijgen (voor mij in ieder geval) omdat hij niet op oneindig zit maar vlak daarvoor, de draaiing van de scherpstelring van 30 meter naar oneindig is minuscuul en het verschil is heel moeilijk te zien in de zoeker, daarom schoot ik uit voorzorg een aantal op autofocus, hetgeen ik normaal nooit doe. De autofocus varianten bleken allemaal ten onrechte op oneindig scherpgesteld te hebben (hoewel er een kerstverlichting aan vakjes oplichtte rond de bewuste bomen in de zoeker van de 1DsII elke keer). Één van de handmatig scherpgestelde foto's bleek echter behoorlijk in de buurt te zitten van de juiste bomen. Dat is degene die ik hier geplaatst heb. In dit formaat is het verschil in scherpstelpunt natuurlijk helemaal niet te zien, maar op een grote afdruk gegarandeerd wel. En daar maak ik deze foto's natuurlijk voor (wie wil er niet een fantastisch rustgevend bos op fotobehang op de muur van zijn / haar slaapkamer? Bestellingen kunnen naar mij ge-e-maild worden).
vrijdag 4 februari 2011
Sony World Photography Awards 2011
Uiteraard zit ik niet bij de finalisten van de Sony World Photography Awards 2011 (hmtja, erg veel succes straalt het niet uit, maar dat ik er niet bij zit kwam toch echt niet als een verrassing). Ook zit ik niet bij de korte lijsten. Maar man, wat een mooi werk zit ertussen. Bekijk de inzendingen hier:
WPO galleries.
Dit is echt een aanmoediging om door te gaan met fotografie. En misschien is dat ook wel het belangrijkste: dat je mooi werk te aanschouwen krijgt dat je inspireert, dat je je afvraagt waarom mensen bepaalde dingen hebben gefotografeerd en waarom jij dat niet zelf deed (modern art = I could do that + yeah but you didn't).
En hoe fotografen hun foto's zo'n impact geven. Want het is met name de impact* van sommige foto's die mij nederig stemt. Zelf heb ik nog geen foto's gemaakt (of korte series, wat voor mijn gevoel beter werkt en zoals deze ook ingezonden konden worden in de "professional" afdeling) met zoveel impact als sommige van de korte lijsten en finalisten. Ik ben ervan overtuigd dat ik moet (en kan) leren hoe op zo'n niveau te komen. Het is helaas lastiger dan bergbeklimmen (wat ik ook niet kan), waar het duidelijker is wat je moet doen om de top (van de berg) te bereiken, ook al is dat niet voor iedereen weggelegd. Maar misschien is het in de fotografie ook wel makkelijker** dan ik mij nu voorstel. Een aantal ingrediënten ken ik wel, de belangrijkste is, vrees ik, "doen".
De selecties die zijn gemaakt in het kader van deze competitie dwingen respect af, er zit vrij veel werk tussen (mijns inziens) dat duidelijk gespeend is van plat effectbejag. Hulde.
*Wat impact precies is is mij nog niet helemaal duidelijk.
**Achteraf is alles makkelijker. Als je op de top staat heb je misschien wel een idee dat je heel wat bereikt hebt en dat het je heel wat gekost heeft, maar dat is dan allemaal in het verleden, in het heden bezien lijkt het dan ineens stuitend overzichtelijk, stel ik mij zo voor.
WPO galleries.
Dit is echt een aanmoediging om door te gaan met fotografie. En misschien is dat ook wel het belangrijkste: dat je mooi werk te aanschouwen krijgt dat je inspireert, dat je je afvraagt waarom mensen bepaalde dingen hebben gefotografeerd en waarom jij dat niet zelf deed (modern art = I could do that + yeah but you didn't).
En hoe fotografen hun foto's zo'n impact geven. Want het is met name de impact* van sommige foto's die mij nederig stemt. Zelf heb ik nog geen foto's gemaakt (of korte series, wat voor mijn gevoel beter werkt en zoals deze ook ingezonden konden worden in de "professional" afdeling) met zoveel impact als sommige van de korte lijsten en finalisten. Ik ben ervan overtuigd dat ik moet (en kan) leren hoe op zo'n niveau te komen. Het is helaas lastiger dan bergbeklimmen (wat ik ook niet kan), waar het duidelijker is wat je moet doen om de top (van de berg) te bereiken, ook al is dat niet voor iedereen weggelegd. Maar misschien is het in de fotografie ook wel makkelijker** dan ik mij nu voorstel. Een aantal ingrediënten ken ik wel, de belangrijkste is, vrees ik, "doen".
De selecties die zijn gemaakt in het kader van deze competitie dwingen respect af, er zit vrij veel werk tussen (mijns inziens) dat duidelijk gespeend is van plat effectbejag. Hulde.
*Wat impact precies is is mij nog niet helemaal duidelijk.
**Achteraf is alles makkelijker. Als je op de top staat heb je misschien wel een idee dat je heel wat bereikt hebt en dat het je heel wat gekost heeft, maar dat is dan allemaal in het verleden, in het heden bezien lijkt het dan ineens stuitend overzichtelijk, stel ik mij zo voor.
Abonneren op:
Berichten (Atom)