zondag 30 januari 2011

Groot

Na een maand van fotografische afzakking was ik gisteren onderweg met vriend Bas Stubert rond onze favoriete plek voor rustige fototochten afgesloten met een welverdiend biertje (of, in dit geval van vreselijke koude, warme chocolademelk) de Vesting van Naarden, alwaar ik met de serie "unsub" in het achterhoofd mijn digitale Canon cameraatje weer eens in het rond heb gezwiept. Een cameraatje dat overigens verbleekt bij het monster dat Bas meegenomen had, zijn nieuwe oude Pentax 6x7 met fijn 90 mm f/2.8 objectief met centraalsluiter. Vergeleken bij de reusachtige negatieven die het produceert (waarnaar ik nog steeds heel benieuwd ben, de eerste filmrol is nog niet terug van de centrale) valt de maat overigens nog alleszins mee en past het, tezamen met een 105 mm f/2.4 objectief en een kleinere Pentax reflex, nog in een zeer compacte Minolta schoudertas. Was mijn financiële situatie momenteel niet zo penibel dan keek ik ook weer eens naar een nieuwe grotere camera (het gaat mij met name om het grotere opnamevlak voor de foto's, niet zozeer om dat de camera zelf groter is, al is dat uiteraard vaak een logisch gevolg). Al weet iedereen natuurlijk dat foto's veel belangrijker zijn dan materiaal en echte kunstenaars zich niets aan hun materiaal gelegen laten liggen. Ik zal mijn foto's proberen te laten spreken hieronder.







Één

Al langere tijd erger ik mij enigszins aan de regel de accenten op de e's van één weg te laten. Ik vind het zelden tot onmiddelijke duidelijkheid leiden en ben zelf vaak genegen zinnen anders vorm te geven om het woordje één te vermijden. Vandaag las ik de krant en struikelde weer eens over een (zonder accenten) zin waarin het woord één (zonder accenten) voorkwam welke ik moest herlezen om tot afdoende begrip te komen.
Daarom schrijf ik vanaf nu een zoals het bedoeld is: één.

vrijdag 28 januari 2011

Een titel

Dit is het eerste bericht met een titel die niet het begin van de eerste zin is. En meteen vraag ik me ook een beetje af of ik niet eens in het Engels zou moeten gaan schrijven om mijn potentiële publiek te verruimen. Mijn eerste voorzichtige stapjes op het internet waren allemaal Engelstalig, ik kende toen ook voornamelijk mensen (via internet) met wie ik in het Engels converseerde. Later werd mijn wereld kleiner en babbelde ik vanzelf weer vrolijk in mijn moerstaal oplijn, zoals ik al die tijd thuis en op het werk gewoon had gedaan.

Een paar kleine gedachten (waarvan ik niet weet in hoeverre ze "waar" zijn):
1) 36 is niet te oud om nog iets te bereiken.
2) Er is niets mis met enig conformisme als je ambieert wat het je brengt.
3) Het is beter om je niet aan te passen maar stug je eigen weg te blijven gaan.
4) 2) en 3) zijn irritant, je kunt er niet tussen blijven zwabberen, je kunt het wel allebei tegelijk doen.
5) Zo'n blok is iets dat je kunt keren door gewoon te doen, maar soms ook niet, dan is het als een blessure, als je gewoon doorgaat wordt hij alleen maar erger, tot er wat afbreekt.
6) Meer korte berichten speelt je meer in de kijker dan ellenlange doorwrochte stukken waarin de argeloze voorbijganger toch nooit verder dan de eerste alinea komt.

En een bijpassend fotootje:

Pokerface attic

zondag 23 januari 2011

Er komt wat schot in

de laatste tijd bij mij. Het lijkt samen te hangen (al zie ik nu ongetwijfeld verbanden die er niet zijn) met mijn besluit, enige tijd geleden, om mijn creativiteit aan te wenden voor mijn eigen bedrijf en voortbestaan in plaats van het in een zwart gat te flikkeren. In verband daarmee is Nonstockphoto over een paar maanden geheel vernieuwd in het kader van een idee dat ik heb waar ik zelf wel blij mee ben. Echte ondernemers durven risico te lopen. Nu ik zelf energie steek daarin komen er ook dingen naar mij toe (onder andere een aanvraag voor een trouwreportage en een nieuwe marketing kans), wat ik deste vreemder vind daar deze maand tot nu toe gemakkelijk met mijn traagste kan wedijveren op gebied van fotoproductie en blogberichten. Toch denk ik dat het zo werkt, er is meer dan economisch meetbare voor-wat-hoort-wat in deze wereld aan de hand, waar ik graag gebruik van maak. En als het niet terugkomt (dat is ook onderdeel van het nieuwe Nonstockphoto) dan is het niet erg, dan heb ik er een tijd lol van gehad en ben er mentaal en fysiek niet slechter van geworden.

Het is van het grootste belang, denk ik, om iets dat dicht bij jezelf ligt met overtuiging te (kunnen) doen, dat heb ik al zo vaak gelezen dat ik er bijna zelf een boek over kan schrijven, ware het niet dat ik de notie nog nooit (!) aan de praktijk heb getoetst. Dat ga ik nu dus doen. De kans om neer te storten en te verbranden is natuurlijk groot, maar het opkrabbelen is vast ook heel leerzaam. Niet langer in de woestijn staan te schreeuwen maar echt deelnemen aan het verkeer, dat is het idee.

Het moge duidelijk zijn dat fotografie voor mij het belangrijkste is, ruim voor zakelijk succes. Daarom moet het nieuwe Nonstockphoto een aanjager zijn voor fotografie en niet een commercieel doel op zich. De enige andere optie is het hele bedrijf vaarwel zeggen (nu de harde waar zo'n beetje allemaal betaald en afgeschreven is) zodat er ook geen ballast voor de fotografie meer is (de monsterlijke schaduw van het behaaggedrag dat, toch, over je foto's hangt uit, mijns inziens misplaatste, commerciële overwegingen). Zo had ik een helder (verlicht) moment waarbij ik mij mijzelf geheel aan sprieterige foto's zag wijden zoals mijn vier favoriete foto's van 2010. Het opschorten van de bedrijfsmatige activiteiten riekt bij nader inzien echter teveel naar een vlucht om onder de marketing en zakelijke kant uit te komen die ik zo moeilijk vind (mijn fundamentloos roepen in de woestijn komt bovendien in gevaar als ik tot actie overga), dus identificeer ik dat heldere moment als vals licht. Liever ga ik een synergie teweeg brengen tussen mijzelf en mijn bedrijf.

Een belangrijk prutspunt van mezelf vind ik dat er van oudsher helemaal geen foto's in mijn appartement hangen. Hoe kun je nou pretenderen een "kunstenaar" te zijn als je je eigen foto's niet eens aan de muur hebt? Het nieuwe Nonstockphoto zal mijn appartement vol met foto's hangen! Door voortdurende confrontatie met je eigen werk kan je er vast meer uit halen en van leren dan wanneer je het op een harde schijf opslaat en zo nu en dan daar eens doorbladert, bovendien toont het eventuele bezoekers meteen waar je mee bezig bent wat mijns inziens veel beter is dan het te verstoppen (alsof je je ervoor zou schamen ofzo).

Met deze zaken bezig zijnde moet ik ineens denken aan mijn bokeh foto waar Bas Stubert een intelligente opmerking bij plaatste: "there is that anticipation of what is yet to come".

donderdag 13 januari 2011

Mijn identiteit als fotograaf

houdt me de laatste paar dagen (of weken) nogal bezig, zonder dat ik nog veel foto's maak helaas, het blokkeert nogal. Wat me vooral overkomt (hoewel dat passiever klinkt dan ik moet toegeven dat het waarschijnlijk is) is dat ik grootse fotografen of werk van minder groten dat mij zeer aanspreekt bekijk en daarna mijn eigen werk in dat daglicht, of in ieder geval een ander daglicht, probeer te plaatsen. Soms kom ik nog niet eens zo slecht weg, dat is dan een goede dag. Meestal houdt mijn eigen geploeter geen stand en dat geeft de meeste inspiratie.

Wat vooral overblijft is dat het heel belangrijk is van je stoel te komen en enigszins seriematig of onderwerp-gerelateerd te werken (uw kilometrage kan afwijken). Nu heb ik verder niet veel te melden en tot nieuw werk heeft een en ander vooralsnog in het geheel niet geleid, maar van wat deze mevrouw (gevonden op LENSCRATCH, een inspirerend blog) met boeken doet viel ik geheel van mijn stoel. Wat mooi! Bekijk vooral de serie blauwe boeken.

Mary Ellen Bartley.

zaterdag 1 januari 2011

Mijn favoriete foto van 2010

staat op het toonaangevend fotografieblog van Aline Smithson, getiteld Lenscratch. Favorite images of 2010. Ik heb (uiteindelijk) gekozen voor de onderstaande foto.



Omdat deze foto het duidelijkst laat zien wat ik probeer te bereiken: een niet-perfecte verwarring van materiaal en licht die ik alleen kan zien (en vastleggen) als ik er echt goed "in" zit, in het kijkproces. Gecombineerd met "toevalligheden" die ik een groot belang toedicht, in dit geval de vreemde tint van de over-de-datum-film die, mijns inziens, bijdraagt aan de sfeer.

Tekenend voor de manier waarop mijn fotografie in de wereld staat is ook dat de link die Aline zo genereus aan fotografen geeft in haar blogbericht in mijn geval niet werkt, omdat ze een spatie voor de "www" heeft meegekopieert. Dit herinnert mij ook aan het mooie voorpagina artikel (in een lokale krant) dat ik begin vorig jaar had waar de website van mijn naamgenoot werd genoemd in plaats van de mijne.

Toeval bestaat niet.

Hoe het is om tegen de bierkaai in te roeien, of iets dat daar zeer op lijkt, wordt de titel van mijn eerste boek, als ik het ooit schrijf.

Om 2010 even in stijl af te sluiten wil ik ook graag nog tonen welke foto die ik in 2010 nam dit jaar voor mij het best symboliseert. Hoewel deze foto fatalistischer is dan ik 2010 in werkelijkheid heb ervaren. In tegenstelling tot de duif denk ik zelf namelijk wel door te kunnen gaan en misschien zelfs ooit (weer) te kunnen vliegen.

2010