donderdag 24 februari 2011

100, of hongerige ogen

Het honderdste blogbericht van ondergetekende, welja. Verder niet interessant natuurlijk. Wat wel interessant is: Hungry Eyes (Engels, hoofdletters, waarom toch?) in het fotomuseum in Antwerpen (www.fotomuseum.be, nog tot 5 juni).

Zeer inspirerend. Daarom enkele notities (hoogtepunten, persoonlijke inzichten) waarmee ik je de moed om zelf te gaan kijken zeker niet wil ontnemen. Het is misschien niet zo diepgaand allemaal (het is vooral esthetisch, er is weinig binding met, of kritiek op, andere zaken dan het eten al beweren bijschriften soms anders, het kan dus ook aan mijn domheid liggen) maar als je van fotografie houdt en misschien zelf ook eens op een blauwe maandag een reflexcamera hebt aangeschaft kun je genoeg ideeën opdoen om een paar weken bezig te zijn. En voor sommige fotografen onder ons wel een paar jaar denk ik. Op volgorde van bekeken:

Valérie Belin
De grote glimmende foto's van stillevens (fruit in een mandje gekieperd) met nèt niet de goede kleur vond ik mooi en zijn mij ook duidelijk bijgebleven. Zwartwitfoto's gemaakt in een slachthuis schenen mij op het eerste gezicht plat en stom toe maar bij nader inzien (ook na een discussie met Ivo, die mij aldaar vergezelde) zat er wel wat in. Sowieso was duidelijk dat de compositie zorgvuldig was gemaakt door iemand met kijk daarop. Er is uiteindelijk ook meer te zien dan alleen een dood beest aan een vleeshaak, hoewel dat weldegelijk het grootste deel van elke foto in beslag neemt. Haar andere werk vond ik niets, of ik begreep het (kennelijk) niet ondanks de schriftelijke uitleg.

Dimitri Tsykalov
Gratuite beelden van blote mensen met lappen rauw vlees doen het in principe altijd goed bij mij, omdat ik erg van choqueren houd en niet snel gechoqueerd ben. Maar al met al zie ik het nut er toch niet zo van in (hier contrasteert mijn mening wel zeer met het bijschrift, uw kilometrage kan afwijken dus). Hetzelfde geldt voor zijn uitgesneden doodskoppen. Kunstig, maar in mijn ogen zinloos. Toch ben ik blij dit gezien te hebben, want het maakt me duidelijk (eens temeer) hoe waanzinnig fijn de lijn is waarlangs wij kunstenaars schuifelen (of balk waarover wij evenwichtwandelen). Ik kan (nog steeds en met vlagen) niet onder woorden brengen waarom deze foto's, hoewel overduidelijk als kunst bedoeld, bij mij niet binnenkomen*.

Tony Le Duc
Professioneel voedselfotograaf die ook veel voor tijdschriften heeft gedaan. Hij heeft meer foto's dan de anderen in het museum hangen waarvan een groot aantal overduidelijk broodbeelden zijn. Compleet een zeer mooi esthetisch geheel en er zitten een groot aantal juweeltjes tussen. Dit was voor mij het meest inspirerend, juist omdat er zoveel verschillend werk hangt waar ook minder goede of simpelere beelden tussen zitten. Hierdoor word ik aan de hand meegenomen naar het betere werk, enigszins is te zien hoe het allemaal zo ervan komt (en getoond wordt dat de topwerken uitschieters zijn in een algemener oeuvre). Vind ik altijd erg interessant. Op het obligate teeveeschermpje zie je Tony Le Duc aan het werk met zijn simpele reflex, dat was ook erg prettig voor mij (geen knetterdure camera) al verklaarde het wel de wat overdreven verscherping die op sommige foto's toegepast was.

Plus
Kijk ook even op de bovenste verdieping, daar staan erg vette projecterende constructies van Julien Maire, waarvan helaas maar twee het deden terwijl wij er waren. Maar die twee zijn al genoeg om de trap te nemen. Één ervan biedt de mogelijkheid om met witte papiertjes te schuiven op een zwart tafeltje (buiten natuurlijk het nauwkeurig inspecteren van het ingenieuze projectie systeem) hetgeen ik iedereen van harte aanraad te doen.

In de zijkamer bij de ingang werk van jonge Belgische kunstenaars, volgens mij ook volslagen de weg kwijt, maar er hing wel een mooie foto van een pop die toch een indruk heeft achtergelaten. Een vergeetbaar beeld op zich**, maar ter plekke wel interessant.

* In dat opzicht zou een studie aan een kunstacademie voor mij niet eens zo slecht zijn misschien. Laatst stond ik in een tweedehands boekwinkel te bladeren in een leerboek van Bauhaus, die paar dingetjes die ik daar al in zag staan leken mij onmiddelijk didactisch zeer verantwoord. Trucs om opnieuw te leren kijken. Niet perse met je ogen, maar met je geest. Wat je daar (op zo'n academie) ook schijnt te leren is "waarom", althans, het antwoord op alle waaromvragen te geven. Dat lijkt me ook erg nuttig want meestal heb ik geen flauw idee waarom. Twee zaken (leren kijken, de waaromvraag beantwoorden) die ik natuurlijk ook zelfstandig kan oppakken.

** Dat is zo op een onverwacht moment ineens wel een interessant criterium. Mijn beelden laten zich ook gemakkelijk vergeten. Ongeacht of het kunst of wat dan ook betreft, het is niet goed voor je aanwezigheid in het collectief. Vandaar natuurlijk ook het willen choqueren, al kun je je afvragen of dat nu persé de juiste weg is.

0 reacties:

Een reactie plaatsen