dinsdag 30 november 2010

Foto's kan je maken

vanuit een borrelend binnenste. Dat is zoals ik het de laatste jaren voornamelijk benader, waarbij ik erachter ben gekomen dat er verrassend weinig borrelt in mijn binnenste, hetgeen ik niet zelden inwendig betreur. Maar in plaats van hier een lamentatie te plaatsen over mijn geestelijke tekortkomingen probeer ik het constructief te benaderen.
Vooropgesteld dat ieder persoon in zijn of haar leven op zoek is naar bevestiging en vooropgesteld dat waardering een duidelijke, en prettige, vorm van bevestiging is, en dat waardering uitgedrukt kan worden (in deze maatschappij zelfs bij uitstek) in geld, kan je als amateur fotograaf legitiem wensen dat men je werk aanschaft. Dit heeft op lange termijn, bij voldoende belangstelling, nog de prettige bijkomstigheid dat deze fotograaf zich kan concentreren op de fotografie en bijzaken aan hun lot kan overlaten.

Je ziet (in het dagelijks leven) dat een parameter voor excellentie een forse investering in tijd is, in die zin dat veel tijd investeren in een onderwerp kan bijdragen aan verbetering van kennis en kunde, en gevoel misschien, betreffende dat onderwerp (het is geen voorwaarde en ook geen garantie, dat realiseer ik me terdege). De tentoonstelling van Anselm Kiefer, een voltijds kunstenaar die veel tijd investeert in zijn werken en de achtergronden daarvan, in het museum voor schone kunsten in Antwerpen, die ik vorige week bezocht, was voor mij weer eens een ogenopener.

Het (ik betrek het nu even op mezelf) vereist ook een zeker ontbreken van luiheid, al is er ook functionele luiheid als men het mij vraagt: vaak loont het de moeite iets los te laten of daadwerkelijk lui te zijn, denk ik, meer dan geforceerd zonder ophouden bezig te blijven. Maar ik spoel even terug [terugspoelgeluidje invoegen].

Dat men werken dus koopt, zodat er voor de auteur geld is om tijd te kopen. Mijn vader (met wie ik de tentoonstelling bezocht) plaatste daarover een nogal zinnige observatie: ik zou natuurlijk foto's kunnen gaan maken die ik zelf zou kopen (gegeven een ongelimiteerd budget en kale muren). Liep ik me daar even meteen tegen een muur aan: ik zou niet gauw een foto kopen (ik heb vrijwel niets aan mijn muren hangen).

Het is wel een benadering waar ik eerder van gehoord had: uitvinders die iets maken waar ze zelf ernstige behoefte aan voelen, schrijvers die boeken schrijven die ze zelf graag zouden lezen, en dergelijke. Een benadering die ik zelf eigenlijk nooit gekozen heb maar nu al enkele dagen af en aan mijn hersenpan laat omwoelen.

Meteen wordt door mij deze week vanalles in dit perspectief geplaatst:
- een artikel over voorraadfotobureau Hollandse Hoogte, waarin staat "mooie foto's verkopen niet", compleet met voorbeelden
- een lezing van een katloop fotograaf op de Zoom Belevenis* (waar ik met een vriend was) die ook al vertelt dat zijn mooiste foto's niet of nauwelijks verkopen, compleet met voorbeelden
- een bericht in een discussiegroep dat de aandacht vestigt op het feit dat veel van de bekendste beelden in de geschiedenis van de fotografie helemaal niet "mooi" zijn in de zin van dat ze kloppen of technisch onberispelijk zijn

Dat weet ik natuurlijk allemaal al, mooie foto's maken is pure kul**.
Je hebt broodfotografen en kunstfotografen (waartussen absoluut een overlap is, daar wil ik het nu niet over hebben) (en je hebt natuurlijk ook gewone prutsers, maar dat beschouw ik als buitencategorie die er nauwelijks toe doet). Omdat ik niet zo getalenteerd ben op zakelijk, en sociaal (handig bij het netwerken), gebied heb ik eind 2008 gekozen voor de kunstfotograaf route. Daarom probeer ik al enige tijd uit te vinden wat - voor mij en dus volgens mij - een beeld interessant ("mooi") maakt. Hoe je lagen aanbrengt en de geest prikkelt (dat waardeer ik namelijk altijd in beelden). De eeuwige vraag dus hoe je van een foto kunst maakt, waar ik volgens mij op dit blog al eerder over geraaskald heb, gegeven dat je vastzit aan een pure registratie, hoe je het ook wendt of keert.

Dus zit ik mij af te vragen wat voor soort kunst(foto, aannemende dat ik in deze tak van sport door wil blijven broddelen) ik zou kopen. Ik kom er niet uit. De reis is overigens interessant en al de moeite waard, dus klaag ik in het geheel niet. Tevens is het behoorlijk naïef te veronderstellen dat werken die ik zou kopen gekocht zullen worden door anderen die dan op magische wijze ineens van het bestaan van die werken op de hoogte zijn geraakt (in dit oorverdovende geestversmallende kwetteruniversum waar ik maar een zeer bescheiden plaatsje weet in te nemen).

Het latere werk van Gregory Crewdson, dat zou ik wellicht geneigd zijn aan te schaffen. Razend scherp, gigantisch groot (voor een foto) en nogal vervreemdend (maar, gek genoeg gezien al het bovenstaande, technisch ook uitstekend). Tijd om verder te denken.

* Helaas had Sigma niet hetzelfde model als de voorgaande twee jaren, anders had ik je zeker vergast op een plaatje van haar. Het huidige model (uitgedost als Marilyn Monroe, compleet met luchtrooster) was natuurlijk ook prima, maar ik vond het niet in de traditie passen en daarom heb ik geen foto gemaakt. Ik heb wel een foto met de Canon 200 f/2 gemaakt. Dat was best leuk.

** Overgeslagen denkstap: mooie foto's komen in de bak "gemiddeld" terecht, belangrijker is of het een exotische locatie betreft, een bekend persoon, iets dat niet meer bestaat, een uniek aanzicht, enzovoort enzovoort. Voor uitschietende foto's (en dan natuurlijk beide kanten op) lijkt schoonheid die te beheersen valt (aan regeltjes voldoet) eerder bijzaak***.

*** Regeltjes zijn misschien geen bijzaak als je ze overtreedt, dat pad is interessant voor een andere keer maar leidt nu denk ik teveel af.

woensdag 10 november 2010

Voor een 3D fotografie

project dat waarschijnlijk toch afgeblazen wordt* vanmiddag wat onderzoek gedaan. Er blijkt een hele scene te bestaan. Ik kende 3D fotografie van de plaatjes die bij de Holmes stereoscopische bekijker van mijn oma zaten, vooral plaatjes van "vreemde culturen" uit de jaren vijftig ofzo, en van mijn latere "kijkmeester" waar ik mij vooral de Muppetshow en Peter Pan afbeeldingen, en zowaar een ijsvogel (ongetwijfeld onderdeel van een natuurserie), van herinner.

Ook wist ik wel dat je twee camera's naast elkaar op een plankje moet schroeven en die dan tegelijk moet laten afgaan (en dat daar weer een hele reeks problemen bij optreedt natuurlijk), maar de cha-cha methode was nieuw voor mij. De meeste websites die ik heb geconsulteerd waren al erg oud trouwens, ontwerpfratsen uit de jaren negentig vlogen mij om de oren. Maar het principe van stereoscopie of 3D fotografie blijft natuurlijk hetzelfde.

Dus heb ik een foto gemaakt van een haastig bij elkaar gegooid stilleventje met duidelijk te onderscheiden artikelen op verschillende afstanden van de camera en daarna nog een foto een paar centimeter naar links en heb ik na wat getuur, hetgeen mij een aardige koppijn heeft opgeleverd, in een schoenendoos wat kartonnetjes met twee spiegeltjes (de Hema had goedkope handzame opmaak spiegeltjes, erg handig) gebouwd, bijeengehouden door duct tape, waarin je inderdaad een soort driedimensionaal idee krijgt, al kijkende door de door mij onvakkundig uitgeknipte gaten.

Dit biedt potentie!

Echter. De doos in kwestie zou degelijker moeten zijn dan dit (waarschijnlijk van hout), er moet meer een venster ontstaan met de scene erin, hiervoor moeten de spiegeltjes misschien wat groter en het moet beduidend nauwkeuriger gefabriceerd worden (een beetje scheef plakken en het koekeloeren leidt alleen maar tot meer hoofdpijn zonder beloning van diepte). (Ik ben niet zo'n goede knutselaar.)

Tevens heb ik nog geen idee hoe ik de foto's (die een model en mogelijk andere bewegende elementen zouden gaan bevatten) moet maken, daar ik maar één camera heb. Zelfs met mijn fotografie kennissen samen hebben we niet twee dezelfde camera's (overkomelijk natuurlijk) of zelfs twee dezelfde objectieven. Hm.

Het idee van deze serie is om een modelletje door het hele land (op een soort reis) te fotograferen met wisselende attributen. Dat zal me ook zeker twee dagen kosten schat ik in.

Voor het fabriceren van zo'n 20 dozen en het maken van evenzoveel driedimensionale foto's heb ik drie weken (twee dagen per week beschikbaar) en geen budget. Het aantal kan ook wel wat lager maar als ik mij op 20 richt dan kunnen de paar slechtste nog afvallen zonder dat ik een minabel aantalletje overhoud.

Ga ik dit proberen te doen? Of laat ik het maar weer glippen omdat het over het algemeen meer verdriet oplevert dan plezier? En hoe komt het zo ver eigenlijk, dat zo'n project mij meer verdriet oplevert dan plezier? Ik zal toch eens die kronkel uit mijn hoofd moeten halen. Ik heb ook nog geen idee van een model trouwens.



*Een nare gewoonte van mij, om nog voordat een project begonnen is al in te zien dat het waarschijnlijk afgeblazen wordt. Dit heb ik altijd wanneer iets op tijd af moet zijn en wanneer het een zelfbedacht iets is waar verder niemand op zit te wachten. Ik verwacht dan altijd dat niemand het uiteindelijk ook hoeft te hebben als ik het toch af zou hebben op tijd en ik mij dus voor niets druk heb gemaakt. Of ik vraag voordat ik begin of het een leuk idee is en dat is het dan zelden of nooit. Zo is mijn pessimisme gebaseerd op resultaten uit het verleden en die zijn toch verdomde overtuigend, ook al bieden ze volgens de overheid geen garantie voor de toekomst.

maandag 8 november 2010

Drie bordesfoto's in de Volkskrant

bij een artikel van afgelopen zaterdag dat de drie gefotografeerde kabinetten noemde vielen mij op. Bij het in chronologische volgorde bekijken van de foto's

1) is er steeds minder van de omgeving (leuning, lantaarns) te zien
2) komen de mensen steeds hoger op de trap te staan
3) staan de rijen telkens minder treden van elkaar verwijderd

Bordesfoto Kabinet Lubbers
Kabinet Lubbers, 4 november 1982, foto ANP.

Bordesfoto Kabinet Kok I
Kabinet Kok I, 22 oktober 1994, foto ANP.

Bordesfoto Kabinet Rutte
Kabinet Rutte, 14 oktober 2010, foto Martijn Beekman.

Staat pakweg 2024 het hele kabinet op het plateautje halverwege de trap naast elkaar en wordt het dan vanuit een helikopter met een 300 mm op panoramaformaat gefotografeerd zodat er nauwelijks meer treden te zien zijn?

Graag help ik mensen op weg

en praat ik over fotografie. Gisteren kwam een vriendin van mijn zus en haar man langs die een webwinkel opstart voor oude (glas)serviezen. Zij was zo slim om vantevoren navraag te doen over hoe je het beste foto's hiervoor kunt maken om niet, zoals de meesten, nat te gaan op belabberde kwaliteit en het pas later goed aan te pakken, als men dan nog bestaat, zakelijk gezien. Omdat budget natuurlijk altijd een belangrijke factor is probeerde ik het simpel en effectief aan te pakken.
De dame in kwestie beschikt momenteel alleen over een compactcamera welke toch vrij resoluut aan de kant geschoven moet worden, dat wel. Simpel en effectief is leuk, maar het moet wel goed zijn en je moet controle hebben over je resultaat, alleen zo kun je de consistentie in je fotoverzameling krijgen die belangrijk is voor de algehele indruk van je website (en voor de klanten om verschillen tussen je aangeboden producten te zien, bijvoorbeeld tussen een rode en een oranje vaas). Vind ik. Achteraf gezien ging ik wellicht iets te ver of diep erop in, terwijl ik voor mijn gevoel nog wel aan de eenvoudige kant bleef, ik had zelfs een "simpel" stappenplan gemaakt vantevoren, dat echter tot mijn schrik wel anderhalf aviertje bleek te beslaan toen ik uitgeschreven was.
Misschien kan je tussen alle Henken en Ingrids die een webwinkeltje beginnen omdat het geen investeringen vergt (?) nog een aardig figuur slaan met compactcamera foto's maar vertrouwen wekt het mijns inziens niet.

De basis voor productfotografie (en ik ga daarbij uit van mijn ervaring daarmee, waarbij ik alle producten uitknip met het pen gereedschap om diverse redenen) is fel, diffuus, wit licht. Dat is makkelijk (en goedkoop) te realiseren in een witte ruimte met een grote flitslamp met kap die schuin naar het plafond wijst in de buurt van de tafel waarop je je producten wilt fotograferen. Op de (witte) tafel bij voorkeur wit papier van zo'n rol die naar achteren in een soepele bocht omhoog loopt als achtergrond (die had ik echter niet thuis dus stelde ik het zonder). (Voordeel hiervan ten opzichte van een lichttent is dat je veel meer vrije werkruimte hebt en ook makkelijk grotere opstellingen of objecten kunt fotograferen, bij problemen met reflecties kun je altijd een (mobiele) klamboe maken die als super-lichttent fungeert.) (Oja, en het kost niets als je muren toch al wit zijn.) Het papier is ook belangrijk omdat het niet kreukt (zoals stof) en niet weerspiegelt (zoals een gelamineerde plank).

Als tweede zou ik zorgen voor een goede werkplek met een acceptabele monitor, fotowinkel en een pen als muis. Maar dat is vooral van belang als je veel foto's moet verwerken, als het incidenteel blijft is de werkplek misschien minder belangrijk, hoewel ik zelf niet graag zonder goede monitor zou zijn, zelfs bij één fotootje in de week, dat is als een geluidstechnicus met Appel oordopjes: je hebt geen idee wat je eigenlijk aan het doen bent.

Daarna komt het objectief: een macro objectief dat redelijk lang is beveel ik aan, 60 tot 75 mm voor crop, 90 à 110 mm voor volbeeld 35 mm camera's denk ik. Fotografeer bij voorkeur met het kleinste diafragma waarop diffractie geen ernstige problemen veroorzaakt voor zoveel mogelijk scherptediepte. Het macro objectief is belangrijk naar mijn mening omdat deze bij dichtbij scherpstellen de mooiste kwaliteit biedt: relatief scherp en weinig last van kleurafwijkingen, nogal belangrijk bij het tonen van producten.

Als laatste de camera. Het maakt mijns inziens geen bal uit wat voor (digitale) reflexcamera je gebruikt, als er maar een handmatige stand op zit en als je maar je flits ermee kunt laten afgaan (dat kan natuurlijk ook met zo'n blokje op de flitsschoen waarin een flitskabeltje kan, of met een draadloze oplossing). (De compactcamera in kwestie had deze optie niet, in principe kan een flitser ook reageren op een andere flits maar dan moet je weer zorgen dat de flits van je camera het licht niet verpest, in sommige gevallen, vooral bij dichtbij fotograferen, een nogal lastige taak.)

Als het goed is schiet je dan op de kortste sluitertijd met flitssynchronisatie, een klein diafragma (f/10 tot f/20), 100 ISO en een oogverblindende flits. Als je flits niet afgaat zou je foto (nagenoeg) zwart moeten zijn, zo sluit je kleurzwemen door de gewone verlichting van de ruimte uit.

Door de opstelling en instellingen mooi constant te maken leg je de basis waardoor nuances in kleuren en helderheid door de collectie producten heen ook op je verschillende foto's tot uiting komen. Gelukkig had ik weer een leermomentje omdat het hier specifiek voornamelijk glas betrof. Dat geeft altijd een extra uitdaging, vooral ongekleurd glas, omdat het nauwelijks licht reflecteert natuurlijk. Meestal zet ik glaswerk op een strook zwart karton die ik laat oplopen aan de zijkanten zodat deze reflecteert in het hele object en dan maak ik de foto recht van voren (zodat het karton zelf niet als zodanig zichtbaar is). Je krijgt dan zwarte randen die de vorm van het glaswerk accentueren. Als je het daarna uitknipt heb je een grijzig glas met zwarte accenten (een beetje zoals deze champagneglazen van Schott Zwiesel). Dat was in dit geval niet praktisch omdat de glazen objecten vanwege de bijzondere vorm en versieringen ook vanuit andere hoeken gefotografeerd moesten kunnen worden.

De oplossing was het weghalen van de kap van de flitslamp zodat er ook direct licht op de objecten valt, hierdoor ontstaat een schaduwwerking die de vorm accentueert. Dit is ook mogelijk omdat het idee van uitknippen van het object aan het begin al was losgelaten (omdat het tijdrovend zou zijn, zeker voor een beginner, en als er rekening mee gehouden wordt tijdens het ontwerpen van de website is het minder noodzakelijk).

Met losse zwarte panelen (karton of schuim) kunnen nog reflecties of schaduwen aangepast worden om een product beter uit te laten komen.

Hieronder een voorbeeld waarop je nog een hoekje van een zwart paneel ziet (in deze foto trouwens overbodig), dit schaaltje was erg lastig en ik denk dat het met meer aandacht nog wel iets beter had kunnen worden, maar tijdens de uitleg werkte het goed omdat dit met de snel ingestelde (en niet met een kleurenkaart gecorrigeerde) vaste opstelling een duidelijk verschil opleverde met bijvoorbeeld rookglas en dienst deed als illustratie dat je vanuit verschillende hoeken kunt fotograferen.

Glazen schaaltje

Vinklijst:
1) grote flitslamp + statief - 500 à 1.000 euro
2) wit achtergrond papier, zwarte panelen, (witte) tafel - 150 euro
3) macro objectief - 400 euro
4) camera body - 400 euro
5) computer met fotowinkel - 1.500 euro
6) goede monitor - 600 euro
7) witte werkruimte - onbetaalbaar

Hm. Toch wel veel geld ineens. Al is het een kleine investering voor een bedrijf, men is het niet meer zo gewend denk ik. Een website is tegenwoordig tenslotte ook (bijna) gratis, dus hoezo zou fotografie geld kosten?
Er is uiteraard nog wel wat te beknibbelen her en der, onder andere door zaken tweedehands aan te schaffen.