woensdag 28 juli 2010

Omdat ik een non valeur

ben op emotioneel gebied (en talloze andere, maar daar wil ik het nu niet over hebben) oefen ik mijzelf weleens. Voor zover het hebben van emoties te oefenen is en niet simpelweg een kwestie van aanleg (oeh, een kaarsrechte parallel met fotografie).

Het is mij wel opgevallen dat het hebben (of veinzen) van een emotie, als een acteur eigenlijk, op een foto over lijkt te komen. Dus niet de zigeunerpeuter met het traantje maar daadwerkelijk jezelf zo diep mogelijk ingraven in een emotie zodat die zichtbaar wordt op de foto. Dat het zichtbaar is op bewegend beeld is natuurlijk evident maar bij een foto lijkt mij dat op zich minder, of geven mensen signalen af die ook in een enkel plakje tijd hun betekenis niet verliezen? Later vind ik, objectief bekeken voor zover mogelijk, altijd dat de emotie eigenlijk helemaal niet op de foto te zien is en het zou me niet verbazen als dat dichter bij de waarheid ligt. Het is dat ik mij de emotie herinner en zich deze daarom snel aandient bij het zien van het resulterende beeld, net als een vakantiefoto je blij kan maken wanneer je toen een leuke tijd beleefde maar iemand anders volstrekt onverschillig laat. Idee zo goed als afgedaan dus.

Het mag genoegzaam bekend verondersteld worden dat foto's echter weldegelijk emoties kunnen oproepen (zo dan niet opslaan). Het zal welhaast altijd gaan om iets aan de foto dat de geëmotioneerde toeschouwer heeft geraakt in zijn of haar belevingswereld of referentiekader waardoor deze (toeschouwer) zelf ermee aan de wandel gaat hetgeen de emotionele reactie veroorzaakt. Een afgeschoten hert zal bij jagers anders overkomen dan bij stemmers op de partij van de dieren vermoed ik, ongeacht hoe je dat hert in beeld hebt gebracht. De rol van de artiest (ahum, fotograaf) is tot nul gereduceerd in dit scenario, de kijker is koning.

Een foto kan een deur openen in je hoofd, ook door simpelweg kleurgebruik of lijnvoering, of lichtval of iets anders, dat door het onderbewuste herkend wordt, waarna je (volgens mij) los van het onderwerp van de foto al associërend (alweer) aan de wandel gaat en zo een reactie zich doet voelen. Allemaal gebazel natuurlijk dat ik ter plekke uit mijn duim zuig. Voor een emotionele reactie anders dan "oh, dat is best mooi" komen we vrees ik altijd terecht bij het "verhaal" achter de foto (arm hert zonder omkijken neergeknald, enzovoort).

Om te oefenen heb ik een korte serie (14 foto's) gemaakt in mijn huis toen de juiste ochtend (bedekt, regenachtig) mij daar vond. Geïnspireerd door het lied "A house is not a home" van Burt Bacharach (ik ken het prachtig gezongen door Trijntje Oosterhuis) heb ik geprobeerd in de stemming te komen om sfeervolle foto's te maken waarbij ik niet heb gelet op of ze mooi zijn. Dat zijn ze (dus) ook niet. Het verhaal (duh): achterblijven in een huis nadat de geliefde is vertrokken. Ik reken dus op emotionele reacties van eenieder die dit nu ook aan het beleven is en de rest kan er waarschijnlijk niets mee.

A house is not a home (op flickr).

De eerste foto:

woensdag 21 juli 2010

Auto's fotograferen

is ook een vak apart. Dat realiseer ik me al langer maar recentelijk werd ik geconfronteerd met mijn wens een paar "dope" foto's van mijn oude Lexus, die ingeruild wordt voor een "verstandige keuze", te hebben.

Nu heb ik wel vaker getracht deze zelfbeweger voordelig vast te leggen maar een tevreden staat bereikte ik achteraf nooit echt van een poging. Ook nu, hoewel ik met de foto's (voor mijn gevoel) wel de juiste somberheid heb getroffen springt de schoonheid van de auto er niet echt vanaf. Of misschien ook wel maar verwacht ik, bij het kijken, meer effectbejag dan ik bij het fotograferen en bewerken bereid ben te hanteren (of uit luiheid die ik hier mooipraat).

Zo ik al bij machte ben de juiste effecten te creëren of emuleren zou het niet een foto "van mij" zijn. Echter zijn deze foto's dat ook niet echt, want normaal gesproken (mijn eigen stijl hanterende) zou het onderwerp waarschijnlijk onscherp zijn en ook maar deels op de foto staan. Dat "durfde" ik dan weer niet, want ik wil toch een volledig document maken. Het zou me niet verbazen als ik nog meer Lexus foto's uit het archief opdiep en er een koffietafelboek (als gesuggereerd door Anton, de man van mijn zusje) van maak.

Lexus LS400

Lexus LS400

donderdag 15 juli 2010

Weer een filmrolletje

uit de Nikon FM2N met Carl Zeiss 2/28 terug gekregen van fotowinkel Autofocus in Bussum. Het tweede en laatste over de datum kleurenfilmpje, dat verrassend goede kleuren had (in tegenstelling tot het vorige exemplaar).

Het blijft een cadeautje, vind ik. Net als een cadeautje kan het tegenvallen, maar het kan je ook vrolijk stemmen en het is altijd spannend.


's Graveland 1/3

's Graveland 2/3

's Graveland 3/3

(Op deze laatste geeft Annette, met wie ik een boswandeling maakte, een schop tegen een denneappel. In werkelijkheid heeft ze namelijk twee benen.)

zondag 11 juli 2010

Mijn e-mail aan de Volkskrant

in het kader van hun nieuwe serie "Man en ding":

Volkskrant man en ding

Zeker hebben mannen dingen, dingen waaraan ze zich vastklampen in een wanhopige poging het butlerschap te ontsteigen? Ach.

Mijn ding is een Nikon FM2N (fotocamera waarin filmrolletjes gaan) gepaard met een Carl Zeiss 28 mm f/2 (de moderne versie zoals die nu nog geproduceerd wordt, met Nikon bajonet).

Omdat ik voor mijn werk regelmatig fotografeer en dit ook als een productieve hobby zie heb ik een digitaal Canon systeem, waar ik geen onverdeeld genoegen aan beleef (het is een "verstandige" keuze en nu meer een werkpaard dan een volbloed voor mij).

Een paar jaar geleden heb ik een zwarte Nikon FM2N erbij gekocht (tweedehands). Vroeger schoot ik lange tijd met zo'n toestel (de zilveren variant) en het model is mij altijd bijgebleven als "het beste" dat ik ooit heb gebruikt. Het meest pure apparaat om een foto mee te maken.

De snelle, zeer nauwkeurige (volgens tests), puur mechanische sluiter (tot 1/4000, x-sync 1/250) en het eenvoudige ontwerp zonder frutsels en fratsen maken dit de ideale camera voor hen die weten wat ze aan het doen zijn (en ik denk graag van mezelf dat ik dat weet en dat wens ik dan ook uit te stralen). Halfautomaat? Vergeet het maar. Het is puur een huisje om je film in te stoppen, een doorspoel mechaniekje en een superieure sluiter. De enige luxe is de zelfontspanner (die ik nog nooit gebruikt heb). Geniale vondst: de doorspoelslinger doet ook dienst als ontspanknop vergrendeling.

Batterij op of te koud geworden? Geen probleem, die voedt alleen de lichtmeter, ga verder met de zonnige zestien regel.

Een lichaam alleen is niets zonder objectief. Daarvoor koos ik de Carl Zeiss 28 mm f/2 die ik eerder (met adapter, er waren toen nog geen ZE uitvoeringen van) op mijn Canon gebruikte maar die nu altijd aan mijn FM2N vast zit. De blik die Carl Zeiss op de buitenwereld geeft kende ik van het Contax systeem waarmee ik vroeger enige tijd gefotografeerd heb en ik heb nooit iets beters (naar mijn smaak) kunnen ontdekken (noot: ik heb nooit met Leica gefotografeerd vanwege de exhorbitante investering die daarvoor nodig is). Het was dan ook geen moeilijke beslissing om dit objectief aan te schaffen toen het op de markt kwam (ik miste toen een 28 mm in mijn objectievenreeks).

De combinatie met de FM2N is subliem. Omdat het een reflex is (in tegenstelling tot Leica M) kan ik heel precies de compositie bepalen, hetgeen ik belangrijk vind. Scherpstellen gaat heel nauwkeurig op het mooie (heldere!) ouderwetse matglas met gespleten prisma. Vrijwel altijd schiet ik de 28 mm wijdopen, voor ragdunne scherptediepte en prachtige onscherpe gebieden zo karakteristiek voor Carl Zeiss, zowel achter als voor het scherpstelvlak.

De bediening is goed doordacht: met de linkerhand ondersteunt men het objectief en bedient men de scherpstel- en diafragmaring (voor zover nodig), met de rechterhand de sluitertijden bovenop (sommige oude camera's hebben die links, heel onhandig), de scherptedieptecontrole (eventueel, bij diafragmeren, met de ringvinger), de ontspanknop en de doorspoelslinger. Alles kan intuïtief na enige gewenning, zonder de camera van het oog te hoeven halen of de handen te verzetten. Heerlijk.

Als laatste, wat het voor mij echt mijn "ding" maakt, zijn beide artikelen van een zware kwaliteit en prachtig afgewerkt. Ze passen op elkaar zonder een greintje speling (dat heb ik ook weleens anders gehad) en alles dat beweegt doet dat soepel, met precies de juiste weerstand of "klik". Daarom is het een genot om in de hand te houden en om te bedienen. Ik kan er gerust mee zitten friemelen zonder foto te maken, gewoon voor het gevoel. Heerlijk, zo'n ding.

Hier treft u een setje foto's aan met mijn ding geschoten.

woensdag 7 juli 2010

Moiré is

een vervelend fenomeen dat samenhangt met digitale fotografie. Het is interferentie tussen twee rasters (met nagenoeg gelijke afstanden), meestal is één der rasters de sensor. De pixels zitten namelijk in een regelmatig raster terwijl bij film de lichtgevoelige deeltjes wat onregelmatiger verspreid zijn (en bovendien de drie kleurenlagen achterelkaar zitten, zoals bij een Foveon sensor de drie kleuren pixels recht achter elkaar zitten).

Moiré kan effect hebben op de kleur (hier heeft een Foveon sensor of een meerschot rug, die alleen stilstaande objecten kan fotograferen door de drie kleuren apart (na elkaar) te fotograferen) geen last van. Moiré kan zich ook in helderheid voordoen (al gebeurt dat geloof ik wat minder vaak).

Het interferentie patroon wordt gefaciliteerd door scherpte, wanneer twee haarscherpe rasters over elkaar heen liggen met nagenoeg gelijke ruimte tussen de "strepen" is het direct zichtbaar. Een fijn patroon dat zich in het scherpstelvlak van een superscherp objectief bevindt geeft kans dat moiré ontstaat. Of het daadwerkelijk ontstaat hangt af van het formaat dat het patroon krijgt op de sensor, dus de scherpstelafstand en beeldhoek, en de fijnheid van het patroon van de pixels op de sensor. Het probleem bij de bron oplossen is dan ook de afstand te verkleinen of vergroten of in- of uit te zoomen, waardoor het raster kleiner of groter op de sensor geprojecteerd wordt en het minder dicht bij het patroon van de pixels op de sensor komt te liggen.

Om moiré te verminderen hebben de meeste digitale reflexcamera's een "anti alias" filter (het effect staat ook bekend als "aliasing") voor de sensor, dat de sensor "wazig" maakt. Gecombineerd met een wazige kitlens is er weinig kans op moiré. Die wazigheid is niet zo erg, foto's zijn scherp genoeg nog, maar het is weldegelijk zichtbaar in vergelijking met camera's die dit niet hebben (Leica M serie, Kodak reflex camera's, die helaas niet meer in productie zijn, en de meeste middenformaat camera's) welke veel scherper zijn, veel meer informatie uit het door het objectief geprojecteerde beeld halen, maar waarvan de foto's helaas dus ook veel eerder moiré vertonen.

Soms is het niet mogelijk om de afstand of de beeldhoek te wijzigen om moiré te verminderen of geheel te vermijden, zoals tijdens een recent project van mij waar ik alle medewerkers van een bedrijf proportioneel wilde fotograferen om ze later allemaal levensgroot op doek te kunnen laten afdrukken. De camera was neergezet zodat een 2 meter lange centimeter precies rechtop in het beeld pastte (mijn camera heeft een 100% zoekerbeeld) zodat ik later de doeken op 200 cm hoog zou kunnen laten afdrukken. Hierna is de scherpstelring (ik gebruikte een 100 mm macro) ook afgetapet en een vakje op de grond aangegeven zodat iedereen daadwerkelijk even groot op de foto zou komen.

Hoewel mijn camera wel degelijk een antialias filter heeft kwam ik toch thuis met extreme moiré in sommige gevallen. Voor plaatsen op internet of zelfs redelijk aardige afdrukken is het niet van belang, maar bij levensgrote afdrukken zijn de lijnenpatronen (en vooral de kleurpatronen) weldegelijk hinderlijk aanwezig. Daarom moest ik op zoek naar hoe dit aan te pakken. De resultaten van mijn zoektocht:

1) moiré in het kleurdomein is simpel te corrigeren door de laag te kopiëren, te vervagen (zo min mogelijk maar genoeg om de kleurtjes van het patroon te laten verdwijnen), op kleurmodus te zetten en eventueel met een masker het effect alleen plaatselijk aan te brengen. (Dit is natuurlijk gewoon (kleur)ruisreductie maar daarom niet minder effectief.)
2) moiré in het helderheidsdomein blijkt een grotere uitdaging, waarbij ik voor het eerst het nut van het hoogdoorlaat filter begin te begrijpen. Het doel is een band te creëren (kopieer eerst de laag en laat daar de filters op los) die zo nauwkeurig mogelijk de frequentie van het moiré patroon omvat (met het hoogdoorlaatfilter en gaussiaans vervagen, dat een soort laagdoorlaatfilter is) en andere frequenties ongemoeid laat. Door deze op overliggend te zetten en te inverteren is het effect drastisch te verminderen. Maar soms ook niet. En soms wordt het gewoon een wazige warboel.

Wat ik in ieder geval ook heb geleerd, het hoogdoorlaatfilter is een prachtig verscherpingsgereedschap. Voor velen een open deur (ik had het wel eerder op internet gelezen) maar voor mij een regelrechte ogenopener. Waard om mee te experimenteren!

Hieronder dan mijn pogingen om moiré te verwijderen bij de twee lastigste plekken. Te zien is dat het niet (helemaal) gelukt is. In de zeef is het patroon nog goed zichtbaar en de broek is heel erg (ik vind: te veel) vervaagd. Klik eventueel op de foto voor 100% weergave (het is een crop op 100% bij 640 pixels breed, de nieuwe standaard breedte van flickr).

Hoewel ik betwijfel of het in deze specifieke gevallen wel mogelijk is de moiré volledig uit te bannen wil ik toch nog een aantal andere pogingen wagen, het luistert allemaal vrij nauw heb ik de indruk.

Moiré pants

Moiré colander

dinsdag 6 juli 2010

Interieurfotografie staat

of valt bij uitstek met het te fotograferen object denk ik. Een witte loft in New York met grote ramen op het noorden, een fotogeniek zithoekje compleet met design bank en een hertekop aan de muur is moeilijker te verprutsen, fotografisch, dan een volgestouwde winkel verlicht met een mengelmoes van daglicht en verschillende soorten kunstlicht.

Dat gezegd hebbende geldt ook hier weer natuurlijk dat de ware fotograaf zich toont als de omstandigheden moeilijk worden. Welnu, dat ik gefaald heb zal ik niet zeggen maar wat is het toch moeilijk om zo'n interieur mooi neer te zetten. Toen ik een Chinees restaurant van binnen fotografeerde vorig jaar (nog een vrij fotogeniek interieur met redelijk de ruimte en bij bewolkt weer) had ik een flits (ik bedoel een grote op statief met diverse lichtveranderaars erbij) meegenomen en was er genoeg tijd:





Nu ik recentelijk twee winkels in België ging fotograferen had ik om praktische redenen (tijdgebrek op de locatie en terugreizen met de trein) geen flits meegenomen. Op zich geen gigantisch gemis, vooral niet omdat het vooral om een (zo voordelig mogelijke, uiteraard) registratie ging, een presentatie van de betreffende winkels "zoals ze in werkelijkheid zijn" eigenlijk.

Achteraf denk ik dat ik misschien wel wat gedurfder had mogen fotograferen maar ik vond eigenlijk mijn gebruik van de TS-E 45 al vrij gedurfd, omdat ik winkelinterieurs eigenlijk alleen maar met mijn 14 mm placht te schieten (voor een lekker ruimtelijke blik). Met gedurfder bedoel ik dat ik misschien wél een klein flitsje had kunnen meenemen voor wat raar licht en misschien op 400 en 800 ISO had kunnen schieten uit de hand, eventueel met een groter diafragma. Dat deed ik niet omdat de foto's ook in bladen afgedrukt worden enzo en dan ga ik een interieur altijd braaf op statief met f/11 fotograferen. Voor dit soort fotografie (die ook echt "gebruikt" gaat worden) ben ik sowieso altijd een bangepoepert en schiet ik werkelijk alles op veilig. Misschien is dat de les van deze blog. Dat ik dat eens niet doe, want zolang ik het wel doe blijf ik voor iedereen uitwisselbaar.

Dat gezegd hebbende twee puntjes die mij te binnen schieten:

1) als bladen een productfoto willen hebben is dat eigenlijk altijd uitgesneden op wit (hetgeen ze zelfs meestal specificeren, naast de standaard "300 dpi" kreet waar ik nooit meer een woord vuil aan wens te maken).

2) ik heb een keer voor de kookwinkel een Valentijn voorkant (thuispagina) gemaakt met productfoto's die helemaal over het randje waren (alleen rode producten, allemaal bewogen gefotografeerd met diafragma 1.4, om de grenzen van het toelaatbare te verkennen) waar de eigenaar van de website bepaald niet van gecharmeerd was (ik was dus over de grens heen gewaggeld) (hoewel die thuispagina geen dip in de verkoopstatistieken heeft veroorzaakt!).

Twee lesjes die leren dat het misschien wel verstandig is (bah) om in ieder geval te allen tijde een veilige optie achter de hand te hebben, helaas. Al gaat dit om productfotografie dat ontegenzeggelijk een andere tak van sport is dan interieurfotografie, waar vermoedelijk meer vrijheid mogelijk is.

Voor de volledigheid publiceer ik een kleine selectie van de interieur- (en exterieur-: van beide winkels ook de buitenkant zo "karakteristiek" mogelijk in beeld gebracht) foto's. Meer zoals altijd op flickr. (De eerste foto heb ik overigens wel met mijn 14 mm geschoten, de rest met de TS-E 45.)

Home of Cooking Brussels 1/5

Antwerpskookhuis 4/5

Antwerpskookhuis 2/5

Home of Cooking Brussels 3/5

zondag 4 juli 2010

Vandaag in Foam

met vrienden de tentoonstelling van Inez van Lamsweerde en Vinoodh Matadin bekeken. Het hing op sommige plekken wel erg dicht bij elkaar waardoor je (naar mijn mening) niet voldoende afstand van de foto's kon nemen. Ook hier was een serie ("punctuation") kunstzinnige knutselwerkjes zwartwit geprint op grote vellen papier zoals ik de vorige keer in Foam ook geprint werk aantrof. Dit sterkt mij toch in het besef dat dat ook "kunst" kan zijn en het misschien niet heel verkeerd is om dat zelf ook eens te (laten) doen, goedkoop zwartwit printen bedoel ik. Wat er dan op moet week ik uiteraard allemaal nog niet.

Bij deze tentoonstelling had ik weinig momenten dat er iets klikte, maar ik heb er wel twee ideeën aan over gehouden.

Ten eerste (en dat is op zich niet zo'n op zichzelf staand idee als wel een bevestiging van een bestaand sluimerproces) dat het goed kan werken om foto's eenmaal afgedrukt nog te bewerken met andere materialen. Nu doel ik niet op de rare ijzerdraad constructies die er hingen, want daar begrijp ik geen snars van, maar over de bruid op de amerikaanse weg met de appel in haar hand, deze was van glitters voorzien. Ik geef toe, het klinkt heel kitsch en veel werken vond ik ook pure kitsch maar bij dit werk snapte ik wel de meerwaarde. Ik denk dat ik zelf een keer wil proberen een werk te maken dat ik laat drukken met een vijfde plaat die goudfolie drukt. Eerder maakte ik de serie "hand of god" waar ik ook een uitgeknipte foto op een andere plakte, maar hiermee zijn natuurlijk nog veel meer mogelijkheden en misschien was ik te snel in het opgeven (omdat de "hand of god" serie geen éclatant succes werd, wat meer aan de marketing ligt dan aan de werken zelf besef ik terdege).

Ten tweede dat je niet alleen met fotowinkel eigenaardige anatomische effecten kunt bereiken (zoals de barbievrouw en de vrouw met het omgekeerde hoofd) maar ook tijdens het maken van de foto al (de vrouw die achterom kijkt door haar hoofd achterover te houden, de omhelzing die geen omhelzing is*, de liggende dame op een bed waarbij ze haar twee armen zo houdt dat het er één lijkt die bovendien halverweg onderbroken is). Iets dat ik, als ik mensen zou fotograferen, ook zeker eens zou willen exploreren.

Goed vind ik ook dat de portretten heel eenvoudig (en daardoor natuurlijk) uitgelicht leken, bij Strobist krijgt dat geen punten maar bij mij wel. Sowieso lijkt het niet om ingewikkelde licht constructies en effecten te gaan (of dit nou met natuurlijk of kunstmatig licht wordt bereikt) en dat onderscheid, meer in het algemeen, een bepaald slag mensen** van de broodfotograaf die er eigenlijk tot aan zijn nek instaat en zijn toevlucht tot trucs moet nemen (zonder daar iemand mee te willen beledigen, ik ken genoeg aardige strobist-manier foto's) om zich staande te houden.

Een goede indruk maakte ook hun foto "god", een vrouw met overal dunne zeer lange gezichtsbeharing, een vergelijkbare truuc haalden ze ook uit met Björk.

Helaas heb ik op het internet de foto's niet kunnen vinden om een en ander hierboven te illustreren.

* de constructie was: een man staat rechtop, vanaf torso in beeld, en kijkt min of meer naar de fotograaf, een vrouw met lange zwarte haren voor haar gezicht leunt van achteren met haar hoofd op zijn linker schouder, de man heeft zijn armen achter zijn rug (onzichtbaar voor de fotograaf) en de vrouw heeft haar twee armen zo dat het lijkt alsof zij voor de man staat (en je dus de achterkant van haar hoofd ziet) en de man haar omhelst met haar eigen armen, heel mooi gedaan.
** ik zou willen zeggen "de betere fotografen" of zelfs "kunstenaars" maar dat doet geen recht aan wat ik bedoel denk ik.