het blog van Kirk Tuck (
The visual science lab / Kirk Tuck), een fotograaf uit Texas:
- citaat -
I had an interesting conversation with a photographer I really respect this past friday. He'd temporarily bought into the whole mass hysteria that would have you believe that we should be shooting every image with the minimum depth of field. In a sense he was looking for every image to be a clear example of exemplary "bokeh" (the smooth or unsmooth look of out of focus areas in a photo) but he finally conceded that many times the narrow depth of field really marred the overall integrity of an image. Many times, in retrospect, he wished that he has stopped down one or two more stops so that the fall off of focus would be gentler and more convincing.
- einde citaat -
Kirk Tuck breekt een lans voor de kleine sensor (micro 4/3) die Olympus gebruikt.
Hoewel ik het niet helemaal eens ben met zijn analyse (scherpere objectieven zijn ook gewoon nodig om met een kleiner sensoroppervlak evenveel pixels in je foto te krijgen als met een groter vlak, dat maakt het uiteindelijke bestand mijns inziens niet "scherper"), zijn punt over de minimale scherptediepte heeft wel een snaar bij mij geraakt. Zelf merk ik ook dat ik, vooral voor mijn project in het bos (
Daniel DeForest), bewust met diafragma's tussen f/4 en f/8 fotografeer, in plaats van de volle opening van mijn 50 mm te gebruiken. De manier waarop de scherpte geleidelijk naar achteren (en naar voren!) wegvalt, natuurlijk mede een functie van de afstand waarop is scherpgesteld, vind ik dan ook veel prettiger bij een kleiner diafragma. Daarbij valt het me wel op dat het weergave formaat van de foto een zeer belangrijke rol speelt. Op flickr niveau werkt een opening van f/2 vaak goed, maar bij een (forse) afdruk vind ik de scherpte dan vaak veel te snel wegvallen in een bos, mede omdat het wegvallen ervan daar zo goed te volgen is door de foto.
Bij portretten, die ik vaak met mijn Contax (Carl Zeiss T*) 100 mm f/2 schiet, die loeischerp is op volle opening op de sensor van de 1Ds II, vind ik het echter wel belangrijk om minimale scherptediepte te krijgen, ik wil dat de oren en het puntje van de neus al onscherp worden. Waarom? Is het massa hysterie? Hmmm... zie ook de portretten in mijn vorige post (allebei op f/2 met dit objectief geschoten). Bemerk dat de achtergrond bij portretten vaak (omgevingsportretten uitgezonderd uiteraard, waarbij een volle opening minder aan te bevelen is) een veel minder belangrijke rol speelt en, vind ik, gebaat is bij een volledig verdwijnen in onscherpte dat ook sneller gebeurt (en daardoor minder gelijdelijk hoeft) door de relatief korte afstand waarop wordt scherpgesteld en de, vaak, relatief grote afstand tussen onderwerp en achtergrond.
Behalve met scherptediepte mag ik zelf ook graag resultaat bereiken met bewegingsonscherpte en / of met geheel "verkeerd" scherpstellen. Maar nu twijfel ik of dat misschien ook een soort trucje is (een trucje dat mij overigens weinig oplevert in termen van erkenning en dat ook geen volgelingen heeft) (dat maakt het in ieder geval in mijn ogen een wat integerder trucje).
In het kader van sensormaat ben ik al twee jaar bezig een middenformaat camera aan te schaffen (om meerdere redenen). Nu is het model van mijn keuze dat ik al twee jaar volg (een verouderd model, omdat ik geen geld heb voor de nieuwste modellen) tijdelijk nieuw verkrijgbaar voor een absolute bodemprijs. Na verkoop van mijn Canon spullen zou deze aanschaf vrijwel geheel gedekt zijn. Aan uitstaande rekeningen heb ik nog ruim voldoende om de camera 2 keer aan te schaffen. Maar NU... Nú heb ik niet genoeg liquide middelen. Dat verdriet mij. Wat mij bijkans nog meer verdriet is dat ik het hier kennelijk moeilijk mee heb, terwijl ik toch echt van mening wil zijn dat het de fotograaf is die de foto maakt en niet het toestel.
Ondertussen schoot ik gisteren een foto voor de Fotonica wedstrijd, die ik "Wit licht" heb genoemd:

Het onderwerp van de wedstrijd is "Licht aan het werk". Andere ideeën die ik had waren een foto van werk in uitvoering aan de snelweg met strepen van langsrazende automobielen (wel erg letterlijk en misschien wat kazig) en een luchtfoto van het Westland met de geel verlichte kassen uitgespreid over de grond. Die ideeën waren echter op korte termijn wat minder makkelijk uitvoerbaar (en ik blijf natuurlijk een beetje lui). Die luchtfoto, die wil ik trouwens toch nog wel graag eens maken, evenals een goede luchtfoto van een windmolenpark op zee.
--
Wat denk ik vooral nu belangrijk is, om de opkomende lethargie te bestrijden, is om door te fotograferen, niet opgeven, niet teveel twijfelen. En op relatief korte termijn mijn twee fotoboeken "Unsub" en "Kinds of blue" te maken, waarvoor nog heel veel materiaal geschoten moet worden. Mijn taak is helder.