vanuit een borrelend binnenste. Dat is zoals ik het de laatste jaren voornamelijk benader, waarbij ik erachter ben gekomen dat er verrassend weinig borrelt in mijn binnenste, hetgeen ik niet zelden inwendig betreur. Maar in plaats van hier een lamentatie te plaatsen over mijn geestelijke tekortkomingen probeer ik het constructief te benaderen.
Vooropgesteld dat ieder persoon in zijn of haar leven op zoek is naar bevestiging en vooropgesteld dat waardering een duidelijke, en prettige, vorm van bevestiging is, en dat waardering uitgedrukt kan worden (in deze maatschappij zelfs bij uitstek) in geld, kan je als amateur fotograaf legitiem wensen dat men je werk aanschaft. Dit heeft op lange termijn, bij voldoende belangstelling, nog de prettige bijkomstigheid dat deze fotograaf zich kan concentreren op de fotografie en bijzaken aan hun lot kan overlaten.
Je ziet (in het dagelijks leven) dat een parameter voor excellentie een forse investering in tijd is, in die zin dat veel tijd investeren in een onderwerp kan bijdragen aan verbetering van kennis en kunde, en gevoel misschien, betreffende dat onderwerp (het is geen voorwaarde en ook geen garantie, dat realiseer ik me terdege). De tentoonstelling van Anselm Kiefer, een voltijds kunstenaar die veel tijd investeert in zijn werken en de achtergronden daarvan, in het museum voor schone kunsten in Antwerpen, die ik vorige week bezocht, was voor mij weer eens een ogenopener.
Het (ik betrek het nu even op mezelf) vereist ook een zeker ontbreken van luiheid, al is er ook functionele luiheid als men het mij vraagt: vaak loont het de moeite iets los te laten of daadwerkelijk lui te zijn, denk ik, meer dan geforceerd zonder ophouden bezig te blijven. Maar ik spoel even terug [terugspoelgeluidje invoegen].
Dat men werken dus koopt, zodat er voor de auteur geld is om tijd te kopen. Mijn vader (met wie ik de tentoonstelling bezocht) plaatste daarover een nogal zinnige observatie: ik zou natuurlijk foto's kunnen gaan maken die ik zelf zou kopen (gegeven een ongelimiteerd budget en kale muren). Liep ik me daar even meteen tegen een muur aan: ik zou niet gauw een foto kopen (ik heb vrijwel niets aan mijn muren hangen).
Het is wel een benadering waar ik eerder van gehoord had: uitvinders die iets maken waar ze zelf ernstige behoefte aan voelen, schrijvers die boeken schrijven die ze zelf graag zouden lezen, en dergelijke. Een benadering die ik zelf eigenlijk nooit gekozen heb maar nu al enkele dagen af en aan mijn hersenpan laat omwoelen.
Meteen wordt door mij deze week vanalles in dit perspectief geplaatst:
- een artikel over voorraadfotobureau Hollandse Hoogte, waarin staat "mooie foto's verkopen niet", compleet met voorbeelden
- een lezing van een katloop fotograaf op de Zoom Belevenis* (waar ik met een vriend was) die ook al vertelt dat zijn mooiste foto's niet of nauwelijks verkopen, compleet met voorbeelden
- een bericht in een discussiegroep dat de aandacht vestigt op het feit dat veel van de bekendste beelden in de geschiedenis van de fotografie helemaal niet "mooi" zijn in de zin van dat ze kloppen of technisch onberispelijk zijn
Dat weet ik natuurlijk allemaal al, mooie foto's maken is pure kul**.
Je hebt broodfotografen en kunstfotografen (waartussen absoluut een overlap is, daar wil ik het nu niet over hebben) (en je hebt natuurlijk ook gewone prutsers, maar dat beschouw ik als buitencategorie die er nauwelijks toe doet). Omdat ik niet zo getalenteerd ben op zakelijk, en sociaal (handig bij het netwerken), gebied heb ik eind 2008 gekozen voor de kunstfotograaf route. Daarom probeer ik al enige tijd uit te vinden wat - voor mij en dus volgens mij - een beeld interessant ("mooi") maakt. Hoe je lagen aanbrengt en de geest prikkelt (dat waardeer ik namelijk altijd in beelden). De eeuwige vraag dus hoe je van een foto kunst maakt, waar ik volgens mij op dit blog al eerder over geraaskald heb, gegeven dat je vastzit aan een pure registratie, hoe je het ook wendt of keert.
Dus zit ik mij af te vragen wat voor soort kunst(foto, aannemende dat ik in deze tak van sport door wil blijven broddelen) ik zou kopen. Ik kom er niet uit. De reis is overigens interessant en al de moeite waard, dus klaag ik in het geheel niet. Tevens is het behoorlijk naïef te veronderstellen dat werken die ik zou kopen gekocht zullen worden door anderen die dan op magische wijze ineens van het bestaan van die werken op de hoogte zijn geraakt (in dit oorverdovende geestversmallende kwetteruniversum waar ik maar een zeer bescheiden plaatsje weet in te nemen).
Het latere werk van Gregory Crewdson, dat zou ik wellicht geneigd zijn aan te schaffen. Razend scherp, gigantisch groot (voor een foto) en nogal vervreemdend (maar, gek genoeg gezien al het bovenstaande, technisch ook uitstekend). Tijd om verder te denken.
* Helaas had Sigma niet hetzelfde model als de voorgaande twee jaren, anders had ik je zeker vergast op een plaatje van haar. Het huidige model (uitgedost als Marilyn Monroe, compleet met luchtrooster) was natuurlijk ook prima, maar ik vond het niet in de traditie passen en daarom heb ik geen foto gemaakt. Ik heb wel een foto met de Canon 200 f/2 gemaakt. Dat was best leuk.
** Overgeslagen denkstap: mooie foto's komen in de bak "gemiddeld" terecht, belangrijker is of het een exotische locatie betreft, een bekend persoon, iets dat niet meer bestaat, een uniek aanzicht, enzovoort enzovoort. Voor uitschietende foto's (en dan natuurlijk beide kanten op) lijkt schoonheid die te beheersen valt (aan regeltjes voldoet) eerder bijzaak***.
*** Regeltjes zijn misschien geen bijzaak als je ze overtreedt, dat pad is interessant voor een andere keer maar leidt nu denk ik teveel af.
dinsdag 30 november 2010
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
Misschien kunnen we het hier aanstaande donderdag onder het genot van een lekker hapje en drankje over hebben. Interessant stuk wat denk ik niet alleen te maken heeft met smaak of wat je zelf wilt ophangen boven de bank (hoewel dat volgens sommige leden van mijn fotoclub erg goed schijnt te werken), maar ook met een bepaalde mate van positionering.
BeantwoordenVerwijderenIk heb al ontwerper weleens het advies gehad: "Als je heel goed wordt in het ontwerpen van blauwe deuren, in alle soorten en maten, dan komen mensen vanzelf bij jou terecht als ze een blauwe deur nodig hebben."
Deze beperking heeft positieve en negatieve kanten. Door jezelf beperkingen op te leggen dwing je jezelf creatieve oplossingen te zoeken voor een gelijksoortig 'probleem', maar als je 'fout' kiest loop je het gevaar dat je met iets bezig blijft waar je je eigenlijk niet mee bezig wilt houden. (Je kunt uiteraard altijd switchen en uitbreiden, maar het idee is denk ik wel duidelijk).
Tot donderdag!
De blauwe deuren analogie klopt natuurlijk ook helemaal. Ik zie er naar uit in het echt hierover te bomen. Tot donderdag!
BeantwoordenVerwijderen